Zwangere mandrilmoeders krijgen vaker een miskraam als ze al een jong hebben
In dit artikel:
Vrouwelijke mandrils hebben vaker een miskraam wanneer ze tijdens een nieuwe zwangerschap nog een jong verzorgen, blijkt uit een elf jaar durend onderzoek naar wilde mandrils in het zuiden van Gabon. Onderzoekers volgden 356 zwangerschappen bij 117 vrouwtjes; 52 daarvan eindigden in een miskraam, bijna 15 procent. Door de opvallende zwellingen van zwangere mandrils konden zij zwangerschappen en voortijdige beëindigingen goed herkennen.
De onderzoekers denken dat de zorg voor een jong, waaronder voeden en beschermen, veel energie vraagt. Die energie is tegelijk nodig voor de groei van een ongeboren jong. Ook vrouwtjes met jongen die vaak kreunden of schreeuwden, hadden vaker een miskraam. Het is nog onduidelijk of veeleisend gedrag zelf een rol speelt of vooral voorkomt bij moeders die lichamelijk minder fit zijn.
Daarnaast hing de sociale situatie samen met het miskraamrisico. Wanneer de dominante man binnen de groep vaker wisselde, nam de kans op een miskraam toe. Mogelijk speelt de dreiging voor jonge dieren daarbij een rol, maar dat is nog niet vastgesteld.
Op langere termijn betekende een miskraam niet automatisch minder voortplantingssucces. Vrouwtjes die een miskraam kregen, werden sneller opnieuw zwanger dan vrouwtjes die een jong kregen dat binnen zes maanden stierf. In drie jaar brachten zij gemiddeld 1,8 jongen groot, tegenover 1,4 bij die tweede groep. Hoofdonderzoeker Marie Charpentier vermoedt daarom dat een miskraam onder omstandigheden kan helpen om schaarse energie effectiever te verdelen. De onderzoekers benadrukken wel dat nog niet bewezen is dat het lichaam dit proces actief inzet, en dat onbekend is of dezelfde verbanden bij andere zoogdieren gelden.
Vandaag Inside: Jort Kelder: 'PRO wil belastingen verhogen, terwijl de overheid zelf te veel geld uitgeeft!’