Zoveel pijn doet het om goud te winnen bij het schaatsen

vrijdag, 13 februari 2026 (08:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Topschaatsen gaat bijna altijd gepaard met pijn en blessures, maar welke klachten domineren hangt sterk samen met de gereden afstanden en de uitersten die rijders opzoeken. Sharon Hendriks — voormalig topschaatser en nu sportarts in opleiding bij Isala in Zwolle — legt uit dat rijders continu de grens testen en daardoor vaak over die grens heen gaan. Ze won zelf in 2023 de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee en weet uit eigen ervaring hoe verflaterend zo’n inspanning kan zijn.

Verschillen tussen sprinters en stayers
- Sprinters: door de explosieve starts en het extreem diep doorzakken in bochten krijgen sprinters vaker problemen rond de lies en de heupflexoren (de spier die het bovenbeen naar voren trekt). Liesklachten kunnen geleidelijk aan ontstaan (pees) of plotseling inschieten (spier) en zijn berucht bij sprinters zoals Joep Wennemars en Jutta Leerdam, die beide met liesproblemen kampen rond het olympisch seizoen.
- Stayers (lange afstanden): rijders die lange afstanden doen staan langdurig in een voorovergebogen houding. Dat veroorzaakt veel spanning op rug- en buikspieren en vergroot het risico op rugpijn en zelfs hernia’s — een kwaal die bijvoorbeeld Sven Kramer jaren achtervolgde. Core-training kan helpen, maar aanleg (boller of plattere rug) bepaalt mede wie er last van krijgt.

Acute en traumatische letsels
Bij hoge snelheden en valpartijen ontstaan vaak grote, acute blessures: hersenschuddingen, ontwrichtingen en botbreuken. Typisch voor schaatsen zijn onderbeenfracturen die optreden als een schaats vast blijft zitten in het boardingmateriaal; de voet kan dan niet buigen en het onderbeen breekt. Voorbeelden uit recente jaren: Elisa Dul brak in december haar scheen- en kuitbeen tijdens een training, en shorttrackster Suzanne Schulting brak in 2024 haar enkel na een botsing met de boarding.

Andere klachten en oorzaken
- Enkels kunnen stijf of instabiel raken door de hoek en druk in bochten; bij sprinters komt dit iets vaker voor door diepere kniebuigingen.
- Voetproblemen ontstaan door extreem strakke schoenen: ontstoken slijmbeurzen of afgeknelde zenuwen die tot ‘dode’ voeten leiden.
- Chronische scheenbeenproblemen (compartimentsyndroom): als de spier groeit maar het omhullende vlies niet meerekt, kan operatie nodig zijn om ruimte te scheppen.
- Luchtwegklachten en astma: koude, droge lucht in overdekte schaatsbanen verbetert het ijs maar irriteert luchtwegen; veel rijders ervaren hier pas moeite bij op grote inspanning.

Keuzes en consequenties
Schaatsbanen en rijders wegen prestaties af tegen gezondheid: drogere lucht en harde training geven snellere tijden, maar vergroten het risico op klachten. Atleten kiezen vaak voor doorgaan — selectie en succes drukken zwaar — waardoor pijn en herstel soms ondergeschikt raken aan het veroveren van medailles en startplaatsen.