Zijn er meer dan twee genders? Dit zegt de wetenschap
In dit artikel:
De opmerking van de Amerikaanse president dat er maar twee opties zijn — man of vrouw — staat lijnrecht tegenover inzichten uit wetenschap en dagelijkse praktijk. Onderzoekers en clinici van het Amsterdam UMC leggen uit dat gender veel complexer is: het ontstaat door een samenspel van biologische processen vóór de geboorte en sociale invloeden daarna, en voor sommige mensen valt die ontwikkeling niet binnen het strikte man/vrouw-dichotome kader.
Biologie en embryo-ontwikkeling
Al tijdens de embryonale fase zetten chromosomen en genen vaak een richting uit. Het Y-chromosoom bevat het SRY-gen dat de ontwikkeling van testes en daarmee de productie van testosteron initieert; zonder het Y-chromosoom ontwikkelen zich doorgaans eierstokken en een vrouwelijke lichamelijkheid. Toch bestaan er talrijke varianten. Bij compleet androgeenongevoeligheid reageren lichamen niet op testosteron, waardoor iemand met XY-chromosomen lichamelijk vrouwelijk kan uitgroeien en zich ook vrouw kan voelen. Bij congenitale bijnierhyperplasie zorgen verhoogde testosteronniveaus bij XX-foetussen soms voor meer “mannelijk” uitziende genitaliën en later vaker voor jongensachtig spelgedrag en een verhoogde kans op genderdysforie. Dergelijke voorbeelden tonen dat chromosomen slechts één onderdeel van het verhaal zijn: hormonen in de prenatale periode en hoe het lichaam erop reageert, beïnvloeden ontwikkeling en gedrag.
Genetica en hersenen
Genetische factoren spelen ook een rol: tweelingonderzoek laat zien dat een substantieel deel van gendervariatie erfelijk verklaard kan worden — schattingen liggen in studies tussen ongeveer dertig en zestig procent. Hersenonderzoek levert aanwijzingen voor verschillen die samenhangen met genderidentiteit; klassieke studies toonden bijvoorbeeld bij transgender vrouwen bepaalde hersenstructuren die meer lijken op die van cisgender vrouwen. Hedendaags denken onderzoekers niet meer in “mannenhersenen” versus “vrouwenhersenen”, maar spreken ze van een mozaïek: verschillende hersengebieden kunnen bij één persoon eigenschappen hebben die je elders als mannelijk of vrouwelijk zou duiden.
Sociale invloeden en taal
Naast biologie heeft opvoeding en sociale inkadering invloed: de echo en de toewijzing van “jongen” of “meisje” bij de geboorte zetten vaak gedrag, verwachtingen en rollen in gang. Taal en categorieën krijgen in de afgelopen tien tot vijftien jaar meer ruimte: woorden als non-binair, genderfluïde of agender geven mensen mogelijkheden zichzelf te benoemen. Voor velen biedt zo’n label erkenning en aansluiting; voor anderen is een label minder belangrijk dan het gevoel zelf. In de praktijk raken vragen over aanspreekvormen, neutrale taal (bijvoorbeeld “hen”) en het wennen aan nieuwe vormen van beleefdheid aan levenssfeer en dagelijk functioneren.
Levensloop en diversiteit
Niet iedereen volgt hetzelfde ontwikkelingspad. Sommigen weten al vroeg dat ze niet passen binnen man of vrouw, anderen ontdekken dat pas in de puberteit of op latere leeftijd. Genderidentiteit kan stabiel zijn, maar bij sommige mensen verandert het door de tijd. Het beeld van een lineair spectrum met aan weerszijden “man” en “vrouw” voldoet niet voor iedereen; meer treffend is het idee van een mengpaneel met meerdere schuifjes (hormonen, genetische factoren, hersenpatronen, sociale invloeden) die in uiteenlopende combinaties tot uiteenlopende ervaringen leiden.
Praktische en psychische consequenties
Mensen die buiten het binaire normkader vallen, ondervinden vaak praktische obstakels: langdurige procedures om administratieve documenten (zoals paspoorten) aan te passen, of onnodige vragen bij webshops. Daarnaast ervaren non-binaire personen relatief vaker mentale klachten als somberheid en angst; dat wordt voor een groot deel verklaard door ‘minderheidsstress’: structurele onbegrip, discriminatie en uitsluiting. In zorg en dagelijkse interacties is het waardevol om respectvol te vragen naar voorkeuren en om fouten in aanspreken kort te herstellen en verder te gaan.
Wetenschap en grenzen van kennis
Onderzoekers benadrukken dat er nog geen alomvattende studie is die biologie, psychologie en sociale context gelijktijdig ontleedt; het veld staat dus nog in ontwikkeling. Sommige biologische mechanismen zijn duidelijker te koppelen aan bepaalde uitkomsten dan andere, maar bij geboorte is niet betrouwbaar te voorspellen welke genderidentiteit zich uiteindelijk zal ontwikkelen. Daarom pleiten clinici voor voorzichtigheid met definitieve ingrepen in onduidelijke gevallen en voor ruimte en ondersteuning zodat mensen hun identiteit kunnen verkennen.
Kernboodschap
Gender is geen eenvoudige tweedeling maar een complex samenspel van biologische aanleg en sociale invloeden. Er bestaan varianten in chromosomen, hormoonwerking, hersenstructuren en genetische factoren die samen met opvoeding en cultuur tot uiteenlopende ervaringen en identiteiten leiden. Het toegenomen vocabulaire en zichtbaarheid bieden veel mensen herkenning en ruimte, maar ook nieuwe uitdagingen voor maatschappelijke omgang, wetgeving en geestelijke gezondheidszorg. Begrip, respect en flexibele systemen blijken cruciaal om die diversiteit recht te doen.