Zes hardnekkige mythes over zelfdoding
In dit artikel:
Tijdens de Wereld Suïcide Preventie Week 2026 worden zes hardnekkige misverstanden over zelfdoding besproken. De belangrijkste boodschap: signalen moeten serieus worden genomen en preventie kan daadwerkelijk levens redden.
De stelling dat zelfdoding meestal impulsief is, blijkt te simplistisch. Onderzoek onder mensen die een poging overleefden laat zien dat de tijd tussen een besluit en een poging soms zeer kort is. Volgens suïcidoloog Thomas Joiner zegt dat echter weinig over het langere proces dat eraan voorafgaat. Veel mensen denken maanden of jaren over zelfdoding na, wennen aan het idee en treffen voorbereidingen. Ook het feit dat veel mensen al eerder een poging deden, past niet bij het beeld van een volledig impulsieve daad.
Ook rond de feestdagen is geen sprake van een vaste piek. Hoewel de donkere winter, stress en verminderde bereikbaarheid van hulpverlening dat aannemelijk kunnen maken, laten internationale cijfers juist zien dat het aantal zelfdodingen in veel landen in het voorjaar toeneemt. Een mogelijke verklaring is dat hoop op verbetering rond de feestdagen later omslaat in teleurstelling wanneer die verwachting niet uitkomt. Voor preventie en de planning van zorg kan het daarom belangrijk zijn juist in het voorjaar extra alert te zijn.
De gedachte dat iemand die over zelfdoding praat het niet echt zal doen, is eveneens gevaarlijk. Ongeveer de helft van de mensen die door zelfdoding overlijden, heeft vooraf signalen gegeven. Die kunnen direct zijn, maar ook verhuld, bijvoorbeeld door te zeggen dat anderen geen last meer van hen zullen hebben. In Nederland was ongeveer 40 procent van deze mensen in behandeling bij een zorgverlener. Familie, vrienden en professionals doen er daarom goed aan zulke uitspraken serieus te nemen en het gesprek niet uit de weg te gaan.
Een afscheidsbrief is bovendien geen vast onderdeel van zelfdoding. Volgens Joiner laat slechts ongeveer één op de vier mensen een brief of bericht achter. Als er al iets wordt geschreven, is dat vaak kort en praktisch in plaats van uitgebreid of emotioneel. Het ontbreken van een afscheidsbrief zegt dus niets over de ernst van de wanhoop of over de vraag of iemand hulp nodig had.
Jongeren vormen niet automatisch de grootste risicogroep. Zelfdoding is weliswaar een belangrijke doodsoorzaak onder tieners en twintigers, vooral omdat zij relatief weinig aan andere oorzaken overlijden. In Nederland stierven in 2025 in totaal 1.758 mensen door zelfdoding, gemiddeld vijf per dag. Het landelijke cijfer bleef tussen 2018 en 2025 redelijk stabiel. Het hoogste risico lag bij mensen van vijftig tot zestig jaar: in 2025 overleden 332 mensen in die leeftijdsgroep door zelfdoding, goed voor 13,6 gevallen per 100.000 inwoners.
Ten slotte is zelfdoding wel degelijk te voorkomen. Voorbeelden uit verschillende landen laten zien dat het beperken van de toegang tot dodelijke middelen en risicovolle locaties het aantal zelfdodingen kan terugdringen, zonder dat dit automatisch tot een verschuiving naar andere methoden leidt. Zulke maatregelen kunnen tijd creëren waarin een crisis afneemt, iemand hulp inschakelt of signalen worden opgemerkt. De tekst van journalist Rik Peters werd voor zorgvuldigheid gecontroleerd door 113 Zelfmoordpreventie.
Vandaag Inside: Wilfred, Merel en Dave gaan voor prankcall In de Wandelgangen en bellen Bas Nijhuis en Chris Woerts