Zeg jij vaak 'eh' of 'uhm'? Dat kan een teken van dementie zijn

donderdag, 21 mei 2026 (14:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Canadese onderzoekers van Baycrest en York University hebben met behulp van kunstmatige intelligentie gesproken taal onderzocht als mogelijk vroegsignal voor dementie. In een studie met 241 deelnemers van 18 tot 90 jaar lieten ze mensen complexe tekeningen beschrijven en voerden zij standaard cognitieve tests uit. De AI analyseerde kenmerken van het spreken — zoals het gebruik van opvulwoordjes (bijv. “eh”, “ehm”), de duur en frequentie van pauzes en woordvindingsgedrag — en bleek zulke spraakpatronen te koppelen aan slechtere scores op de tests. De auteurs concluderen dat korte gesproken opdrachten onverwacht veel informatie kunnen geven over dementierisico, misschien vergelijkbaar met de huidige testbatterijen.

Klinisch neuropsycholoog en hoogleraar Esther van den Berg (Alzheimercentrum, Erasmus MC) noemt de uitkomst veelbelovend maar waarschuwt tegen overdreven conclusies: vaak “eh” zeggen is op zichzelf geen bewijs voor dementie. Ze legt uit dat woordvindingsproblemen — die zich kunnen uiten in fillers en langere pauzes — typisch zijn voor beginnende Alzheimer, maar dat normaal ouder worden ook tot meer aarzeling kan leiden. Situatie en persoonlijke spreekstijl spelen bovendien een grote rol; spanning of een sollicitatie kan iemand ook meer laten “eh’en”.

Voordelen van de AI-methode zijn duidelijk: het is sneller en minder belastend dan uitgebreide neuropsychologische tests, en het kan subtiele veranderingen oppikken die mensen in een gesprek minder snel merken. Toch benadrukt Van den Berg dat zo’n techniek waarschijnlijk geen directe vervanger wordt van uitgebreid klinisch onderzoek; interpretatie door een specialist blijft nodig en er is nog meer onderzoek en validering vereist voordat zo’n instrument in de praktijk wordt ingezet.

Kort gezegd: spraakpatronen (opvulwoorden, pauzes, woordvindingsproblemen) vormen een veelbelovend signaal voor vroegtijdige cognitieve achteruitgang en AI kan deze signalen nauwkeurig detecteren, maar losse “eh”-momenten of leeftijdsgerelateerde aarzeling zijn meestal geen reden tot ongerustheid. Verdere studies, klinische validatie en zorgvuldige interpretatie zijn nodig voordat dit routinematig wordt toegepast.