Worden wasberen onze nieuwe huisdieren?
In dit artikel:
Onderzoekers van de University of Arkansas at Little Rock concluderen in een recente studie dat wasberen in stadsgebieden tekenen van domesticatie vertonen en mogelijk “huisdierpotentieel” hebben. Ze vergeleken foto’s van 211 stedelijke en 38 landelijke wasberen uit de iNaturalist-app en vonden dat stadswasberen gemiddeld een kortere snuit hebben dan hun plattelandsgenoten — een kenmerk dat vaak hoort bij het zogeheten domesticatiesyndroom (kleinere kop, vlekken, flaporen, kortere snuit).
Dat syndroom verschijnt vroeg in het domesticatieproces, nog voordat soortjes volledig tam zijn, en wordt gezien bij dieren die dicht bij mensen leven. De onderzoekers wijzen op een mogelijke biologische verklaring: mutaties in cellen van de neurale lijst (neural crest) tijdens de embryonale ontwikkeling kunnen tegelijkertijd uiterlijke veranderingen en minder angstgedrag veroorzaken. Minder schuwheid ten opzichte van mensen maakt dieren vatbaarder om zich te laten temmen of te houden.
Het fenomeen is niet uniek voor wasberen; ook muizen en vossen die in menselijke omgeving leven laten vergelijkbare voorstadia van domesticatie zien. De studie gebruikt de populaire bijnaam “trash panda” als culturele context voor de reputatie van wasberen — slordig met vuilnis en soms drager van ziekten — maar stelt dat sommige eigenschappen juist het begin van tammer gedrag kunnen betekenen.
Voor Nederland is het relevant omdat er al wilde wasberen voorkomen, vooral in Limburg (nakomelingen van ontsnapte dieren die in de jaren ’30 in Duitsland werden uitgezet). Of die Nederlandse exemplaren dezelfde snuitverkorting vertonen is nog niet vastgesteld. Praktisch advies: wilde wasberen niet zelf benaderen of meten; verder onderzoek is nodig om te bepalen of deze voortekenen daadwerkelijk leiden tot toekomstige huisdieren.