Wetenschappers maken nieuw fruit: "één schimmel kan vandaag een ravage aanrichten"

dinsdag, 25 november 2025 (09:21) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

Ons fruit loopt risico door een combinatie van monocultuur, zware pesticideafhankelijkheid en klimaatverandering, waardoor ziekten makkelijker kunnen toeslaan. Wetenschappers en veredelingsbedrijven zoeken daarom actief naar nieuwe rassen of genetische oplossingen om fruitsoorten van appels tot bananen veerkrachtiger te maken.

In de zomer van 2023 trok de Belgische onderzoeker Bart Panis naar Australische moerassen op zoek naar onbekende genetische varianten van wilde bananen. Panis leidt de grootste bananencollectie ter wereld in Leuven (ongeveer 1.700 wilde en eetbare typen) en werkt voor de Alliance of Bioversity en CIAT aan de KULeuven. Zijn werk is urgent omdat de bodemschimmel Fusarium oxysporum, met name de Tropical race 4 (TR4, ook wel Panamaziekte), de zeer uniforme Cavendish-banaan bedreigt. Cavendish-varianten vormen meer dan 99% van de bananen die naar niet-tropische landen gaan en ongeveer de helft van de wereldproductie; TR4 zit in de bodem en is daarom moeilijk te bestrijden. Historisch gezien maakte een eerdere variant van die ziekte in de jaren 1950 korte metten met de toen dominante Gros Michel, waarna men overschakelde op de resistente Cavendish — maar nu bedreigt een nieuwe variant ook die soort. Dat is niet alleen een economisch probleem: in delen van Centraal- en Oost-Afrika is banaan een basisvoedsel en het wegvallen van de oogst zou directe gevolgen hebben voor voedselzekerheid.

Panis en collega’s gebruiken de genenbank om variëteiten te screenen op resistentie tegen schimmels en droogte en kruisen eetbare met wilde soorten. Zulke klassieke veredeling is arbeids- en tijdsintensief, maar levert rassen op die direct beschikbaar gesteld kunnen worden aan telers. Voor langere termijnoplossingen wordt ook gekeken naar moderne genetische technieken.

Ook in Europa spelen vergelijkbare kwesties bij appels, peren en aardbeien. Het Nederlandse bedrijf Fresh Forward (Huissen) ontwikkelt kruisingen die beter bestand zijn tegen ziekten en extremere weersomstandigheden. Appelonderzoekers zoals Rian Peters en Bert Meulenbroek wijzen erop dat veredeling veel tijd vraagt: van bestuiving tot marktintroductie kunnen 20–25 jaar voorbijgaan. Daarom testen ze zaailingen in een vroeg stadium op gevoeligheid voor schurft en andere ziekten om alleen toekomstbestendige lijnen verder te brengen. Enkele rassen uit moderne veredeling zijn al in winkels terug te vinden — de Magic Star (België) en Sprank (Nederland) worden genoemd als voorbeelden die langere houdbaarheid en schurftresistentie combineren.

Peren in Nederland en België laten ook de risico’s van monocultuur zien: de Conference-peer domineert de teelt, waardoor een schimmel of andere ziekte gemakkelijk grote schade kan veroorzaken. Marcel Wenneker van Wageningen UR benadrukt dat veel telers lange tijd vertrouwden op intensief middelengebruik om ziekten te beheersen; conventionele telers spuiten volgens hem 20–30 keer per jaar, biologische telers zelfs 30–40 keer. Dat is niet houdbaar en versterkt de noodzaak van resistente rassen. Tegelijk vormt consumentvoorkeur voor bekende, smakelijke maar kwetsbare rassen een rem op de invoering van robuustere variëteiten.

Genetische modificatie en gene-editing komen als potentiële versnellende oplossingen terug in het debat. In Leuven maakte men in de jaren ’90 al een genetisch gemanipuleerde banaan, maar maatschappelijke weerstand in Europa beperkte verdere toepassing. Nu groeit interesse in gerichte mutaties (gene-editing, CRISPR) die sneller kunnen werken dan traditionele veredeling en binnen soorten kunnen blijven — iets wat sommige onderzoekers acceptabel vinden als het wetenschappelijk en regulatoir goed wordt ingekaderd. Fresh Forward gebruikt genetica voor selectie maar past nog geen directe genetische modificatie toe; ze willen wel voorbereid zijn als regelgeving en publieke acceptatie veranderen.

Kernboodschap: de kwetsbaarheid van onze fruitvoorziening is een mix van ecologische, agronomische en marktfactoren. Oplossingen bestaan uit het zoeken naar en toepassen van resistentere rassen (zowel via klassiek kruisen als via moderne genetica), het verminderen van monocultuur en het aanpassen van consumentengedrag. Zonder bredere diversificatie en bereidheid van de markt om nieuwe variëteiten te accepteren, blijft het risico bestaan dat ziekten of klimaatextremen grote gevolgen hebben voor productie en voedselzekerheid.