Weg met stookolie: gaan zeeschepen nucleair?

woensdag, 4 maart 2026 (08:11) - Quest.nl

In dit artikel:

De grote vrachtschepen op wereldzeeën veroorzaken jaarlijks bijna een miljard ton CO₂-uitstoot (ongeveer 3% van het wereldtotaal). Om die vervuiling terug te dringen werken TU Delft-hoogleraar Jan Leen Kloosterman en het Nederlandse offshorebedrijf Allseas aan nucleaire voortstuwing met kleine modulaire reactoren (SMR’s) die geschikt zijn voor gebruik op zee.

SMR’s zijn compacte kernreactoren die, net als conventionele centrales, warmte uit kernsplijting halen, maar ze zijn kleiner, fabriek-geproduceerd en ontworpen met passieve veiligheidssystemen (bijvoorbeeld koeling door natuurlijke convectie van helium zonder pompen). Het type dat Allseas nastreeft is een gasgekoelde hoge-temperatuurreactor (HTR) die werkt met ingekapselde uraniumdeeltjes—brandstof die door een hittebestendige coating kernsmelting vrijwel uitsluit. Sommige HTR-varianten draaien al internationaal, wat de ontwikkeling versnelt.

Allseas ontwikkelt een zeewaardige SMR met afmetingen van circa 15 m hoog, 20 m lang en 10 m breed (ongeveer het oppervlak van een tennisbaan). Die levert naar schatting 25 MW elektrisch vermogen, genoeg om een megaschip te drijven en vergelijkbaar met de elektriciteitsbehoefte van zo’n 7.500 huishoudens. Ruimtegebruik zou gunstiger zijn dan moderne dieselinstallaties; brandstof en installaties nemen traditioneel veel meer ruimte in. Door de hoge energiedichtheid zou zo’n schip in theorie maar eens in de zeven jaar hoeven ‘tanken’.

Belangrijke nadelen en vragen betreffen radioactief afval en operationele risico’s. Afval van nucleair aangedreven schepen zou, net als dat van conventionele kerncentrales, op tijdelijke opslaglocaties zoals COVRA in Vlissingen terechtkomen. Onderzoeksgroepen (TU Delft, overheid, industrie) werken aan technieken om meer energie uit bestaand uranium en plutonium te halen, waardoor opslag en materiaalbenutting in de toekomst kunnen verbeteren.

Veiligheid op zee is cruciaal: HTR-SMR’s hebben passive shutdown-mechanismen (bijv. boriumstaven die reactie stoppen) en brandstofvormen die niet kunnen smelten. Toch worden scenario’s bestudeerd zoals schade aan het schip of het op de zeebodem belanden van een reactorvat, inclusief de gevolgen van water in de kern.

Allseas verwacht dat de techniek geschikt is voor ongeveer 700 grote schepen—rond 10% van de grootste vervoerders—wat ongeveer 55 miljoen ton CO₂ per jaar zou besparen (ruim 5% van de maritieme uitstoot). Technisch noemen betrokkenen de ontwikkeling grotendeels klaar; de volgende stappen betreffen veiligheidsexperimenten, regelgeving, vergunningverlening en havenacceptatie. Een realistische eerste inzet in de Rotterdamse haven wordt door Allseas genoemd rond 2032, mits regelgeving en publieke acceptatie meewerken.

Context: nucleaire voortstuwing is niet nieuw in de maritieme wereld (oorlogs- en ijsbrekers), maar commercieel gebruik vereist extra aandacht voor wetgeving, haventoegang en maatschappelijk draagvlak naast de technische en milieuvoordelen.