We zijn allemaal hoarders
In dit artikel:
Tim den Heijer beschrijft in zijn wekelijkse column hoe onze band met spullen die we eigenlijk niet nodig hebben veel sterker is dan we denken. Aanleiding is een vriend die het ouderlijk huis van zijn steeds oudere ouders uitmest: rijen aardappelschilmesjes en stapels ogenschijnlijk nutteloze objecten. Waar veel mensen meteen denken aan ‘ouderdom’ of – in Amerika – aan hoarding, blijkt de verklaring dieper te liggen dan alleen generatiegeschiedenis of schaarservaring.
Onderzoekers Randy Frost en Gail Steketee tonen volgens Den Heijer aan dat mensen die huizen volbouwen met spullen niet wezenlijk anders handelen dan iedereen; ze doen het alleen extremer. De drijfveren zijn herkenbaar: heeft iets emotionele waarde? Kan ik het nog ooit gebruiken? Voel ik me schuldig als ik het wegdoe? Psychologische mechanismen versterken die vragen: het endowment effect zorgt dat we onze bezittingen hoger inschatten zodra ze van ons zijn; verliesaversie maakt het wegdoen pijnlijker dan de winst van ruimte aantrekkelijk; en het idee van het “extended self” (Russell Berk) koppelt spullen aan identiteit, herinnering en toekomstprojecten.
Den Heijer illustreert dit met zijn eigen moeite om foto’s op zijn telefoon te verwijderen: emotie, toekomstverwachting en schuld verhinderen opruimen. Zijn conclusie: hulp bij opruimen is prima, maar begrip is minstens zo belangrijk — we zijn allemaal, in meer of mindere mate, gehecht aan dingen. Kleine aanvullende context: er bestaat een spectrum van verzamelen tot pathologisch hamsteren; professionele hulp is soms nodig, maar veel van dit gedrag is geworteld in normale cognitieve biases.