Water is ook energie: met drinkwater gebouwen koelen of verwarmen
In dit artikel:
Aquathermie — het winnen van warmte of koude uit water — krijgt in Nederland steeds concretere vormen, waarbij drinkwaterbedrijven zich als serieuze spelers in de energietransitie profileren. Water is door zijn hoge warmtecapaciteit geschikt om grote hoeveelheden warmte of koude te transporteren: koel water uit een leiding kan in de zomer gebouwen afkoelen, en hetzelfde water kan in de winter als bron dienen. KWR Water Research en andere deskundigen zien in aquathermie, gecombineerd met Zeer Lage Temperatuur-netten, een substantiële bijdrage aan de warmtevraag: onderzoek van CE Delft en Deltares schat dat aquathermie in 2050 ruim 40% van de warmtebehoefte kan dekken.
Praktische voorbeelden tonen de mogelijkheden. Waternet heeft meer dan vijftig aquathermieprojecten lopen en koelt bijvoorbeeld het Amsterdamse Sanquin-gebouw met koude uit nabijgelegen drinkwatertransportleidingen; dezelfde installatie kan ook warmte leveren en maakt gebruik van warmte-koude-opslag. Dunea gebruikte een grote transportleiding die ruw water uit de Maas en Lek naar de duinen voert voor koeling van de Mall of the Netherlands. In Leiden levert het project MORE warmte aan het Bio Science Park. Deze projecten benadrukken dat nabijheid van leidingen — in veel gevallen in straatniveau nabij de vraag — een groot voordeel is.
Toch staan opschaling en standaardisatie nog in de kinderschoenen. Aftakkingen op transportleidingen zijn maatwerk, de infrastructuur voor aquathermie is niet gestandaardiseerd en verdienmodellen en aanbestedingspraktijken moeten beter op elkaar aansluiten. Drinkwaterbedrijven hebben wel veel technische kennis en wettelijke regels rond materiaalgebruik, maar nieuwe procedures, juridische kaders en duidelijke dienstenovereenkomsten ontbreken vaak nog. Daarom wordt gepleit voor proefprojecten en het ontwikkelen van ‘best practices’ voor thermische energie uit drinkwater (TED), naast toepassingen uit afvalwater (TEA) en oppervlaktewater (TEO).
Ook bestuurlijke en marktvragen spelen mee. De onlangs door de Tweede Kamer goedgekeurde Wet collectieve Warmte (9 juli) geeft gemeenten instrumenten om collectieve oplossingen te organiseren; naar verwachting treedt die wet 1 januari 2026 in werking, met een Eerste Kamerbehandeling gepland in december. Drinkwaterbedrijven zien kansen om op verschillende manieren bij te dragen: zelf warmte- en koudediensten leveren via een aparte BV (zoals Dunea deed), ondersteunende diensten zoals montage en facturatie aanbieden of als partner van gemeenten deelnemen aan warmtenetten. Tegelijk moeten waterschapsbesturen overtuigd worden dat aquathermie binnen hun takenpast.
Kennisontwikkeling en standaardisatie zijn cruciaal voor opschaling. Initiatieven zoals KWR’s project ‘Energietransitie versnellen met aquathermie 2.0’ en de circa honderd lopende aquathermie-initiatieven volgens STOWA moeten leiden tot technische richtlijnen, juridische modellen en economische businesscases. Met lokale pilots, gemeentelijke warmteplannen en langdurige mandaten (30–50 jaar) willen betrokken partijen aantonen dat drinkwaterinfrastructuur een dubbelfunctie kan krijgen: naast drinkwatervoorziening ook een duurzame bron en transportmiddel voor warmte en koude.