Wat weten we echt over de Daciërs?
In dit artikel:
In de bergen van Transsylvanië liggen de ruïnes van wat ooit de Dacische hoofdstad moet zijn geweest: Sarmizegetusa Regia. Bezoekers zien er plateaus, fundamenten van tempels en een cirkel van palen die aan Stonehenge doet denken, maar niet alles is wat het lijkt. Archeoloog Maria‑Magdalena Ștefan waarschuwt dat veel zichtbare reconstructies uit de twintigste eeuw stammen, vooral uit de nationalistische bouwcampagnes van dictator Nicolae Ceaușescu (1965–1989). Tijdens die periode zijn paden vlak gemaakt, muren opgehoogd met beton en artistieke elementen toegevoegd om een heroïsch Dacisch verleden te schetsen.
De Daciërs zelf waren een bergvolk in het huidige Roemenië rond het begin van onze jaartelling. Ze bouwden versterkte steden op hoogten — elite woonde hoger, gewone mensen lager — en creëerden met grootschalige terrassering een gemanipuleerd landschap dat deels op de Unesco-lijst staat. Een bezoek aan Costești‑Cetățuie toont wel echte, zware stenen fundamenten van villa’s en tempels; die stenen blijken soms tientallen kilometers te zijn aangevoerd, wat wijst op aanzienlijke organisatiekracht.
Echte feiten zijn echter schaars. Het natte bergklimaat verstoort organisch materiaal: hout, textiel, voedselresten en mogelijk geschreven bronnen zijn vrijwel verdwenen. Ook ontbreken volgens Ștefan vrijwel alle grafvondsten. “Er zijn nergens graven gevonden. Niet eentje.” Daardoor moeten archeologen hun reconstructies vaak op fragmenten baseren en vullen Romeinse bronnen veel van de leemte op — bronnen die duidelijk gekleurd zijn. Keizer Trajanus liet in 113 na Christus een zuil in Rome oprichten met reliëfs die zijn overwinning op de Daciërs verheerlijken; die zuil fungeert als belangrijke maar ook propagandistische informatiebron.
Het idee dat de Daciërs ongelooflijke goudvoorraden bezaten, leeft sterk. In het Nationaal Geschiedenismuseum in Boekarest liggen duizenden gouden en zilveren objecten — sieraden, helmen en sierwapens die soms kilo’s wegen en vermoedelijk ritueel werden aangeboden. Directeur Ernest Oberlander‑Târnoveanu verwijst naar een overlevering dat de Romeinen 165 ton goud meenamen na de verovering, maar die cijfers blijven onzeker. Veel van de museumstukken zijn bovendien uitgeleend: honderden voorwerpen waren recent in Drents Museum (Assen) en eerder in Rome te zien, waardoor in Boekarest lege nissen achterblijven.
Kortom: de Daciërs waren een reële, goed georganiseerde bergcultuur met materiële rijkdom en indrukwekkende bouwprojecten, maar het beeld ervan is deels gehuld in propaganda — zowel van de Romeinen als van het communistische Roemenië — en in gaten in het archeologische bewijs. Wat overblijft is een combinatie van tastbare schatten, authentieke ruïnes en veel interpretatieruimte; verhalen en tentoonstellingen blijven het Dacische verleden nieuw leven inblazen, ook in het buitenland. Quest maakte deze reportage tijdens een door het Drents Museum georganiseerde en gefinancierde reis; het artikel verscheen voor het eerst in januari 2025.