Wat schrijven mensen al duizenden jaren als graffiti op muren?

donderdag, 6 augustus 2026 (14:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Graffiti is geen moderne uitvinding: al sinds de oudheid krassen, schilderen en schrijven mensen op muren en andere opvallende plekken. Bij de spiegelmuur van Sigiriya in Sri Lanka, waar tussen 600 en 1400 bezoekers kwamen, staan meer dan 1.800 opmerkingen bij afbeeldingen van naakte vrouwen. Veel reizigers zetten er hun naam bij, vergelijkbaar met het hedendaagse ‘Ik was hier’. Ook Vikingen lieten runen achter in onder meer Schotland en Turkije. Volgens een legende kerfde een Chinese dienaar rond 200 voor Christus zijn naam bij een waterval op het Koreaanse eiland Jeju.

In Rome werd rond 200 na Christus waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van Jezus aan het kruis gemaakt. De spotprent, gevonden in het voormalige paleisschoolgebouw Paedagogium, toont een gekruisigde figuur met een ezelskop en de tekst dat Alexamenos zijn god aanbidt. Archeologen vermoeden dat deze vorm van graffiti het werk was van pestende jongeren.

Pompeï en het nabijgelegen Herculaneum stonden vóór de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus vol met obscene teksten, tekeningen en boodschappen. Dankzij de vulkaanas bleven onder meer seksuele opmerkingen, beledigingen en een opschepperige boodschap van een gladiator bewaard. Vanaf de middeleeuwen werden ook Engelse openbare toiletten volgeschreven. De Londense auteur Hurlo Thrumbo verzamelde vanaf 1731 zulke rijmpjes, met schuttingtaal, poepinstructies en zelfs een negatieve ‘review’ van een prostituee.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg graffiti een herkenbaar symbool met de Amerikaanse leus ‘Kilroy was here’. Soldaten schilderden de tekst en een kaal mannetje op muren, voertuigen en andere plekken in Europa. Het werd een teken van herkenning en kameraadschap; het verhaal dat de leus afkomstig was van scheepsinspecteur James Kilroy is echter vooral een populaire verklaring.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Carrie ten Napel stevig aan de tand gevoeld door Raymond Mens: 'Hou op, schei uit!'