Wat gaat er mis in je hersenen als je stottert?
In dit artikel:
Zelfs mensen die doorgaans vloeiend spreken, kunnen in bepaalde situaties gaan stotteren: klanken herhalen of juist vastlopen en zwijgen. Het probleem zit niet in de wil om te praten, maar in hoe het brein en de spraakspieren met elkaar communiceren. Onderzoeker en stottertherapeut Marie‑Christine Franken (Erasmus MC) legt uit dat bij stotteren de terugkoppeling van de spieren naar het brein onvoldoende is. Daardoor raakt het motorische stuur verward en moet het systeem telkens opnieuw “resetten”, wat zich uit als herhalingen of blokkades.
Stotteren begint meestal in de kindertijd: ongeveer 3% van de kinderen stottert en uiteindelijk blijft zo’n 1% van de volwassenen stotteren. Mannen komen er vaker mee te maken dan vrouwen. Erfelijke aanleg speelt een grote rol — waarschijnlijk honderden genen — en er zijn meetbare verschillen in hersenactiviteit tussen linker- en rechterhersenhelft bij mensen die stotteren.
Soms is stotteren vrijwel afwezig: zingen en acteren leveren vaak vloeiende spraak op omdat die activiteiten andere hersennetwerken gebruiken en minder improvisatie vereisen. Bekende stotteraars bestaan: Joe Biden, Ed Sheeran en Elvis Presley zijn voorbeelden van mensen die ondanks stotteren hoog presteerden.
Nieuw onderzoek probeert de linkerhersenhelft te stimuleren met elektroden om vloeiender spreken te bevorderen, maar tot nu toe zijn die effecten niet blijvend; zes maanden later keerden scans vaak terug naar het oude patroon. Ook intensieve oefentherapie blijkt bij veel volwassenen niet blijvend de spraakmotoriek te normaliseren. Daarom verschuift de moderne logopedie de focus: niet primair spraaktechniek, maar effectieve communicatie en omgaan met de angst en spanning rond spreken. Spanning — zowel negatieve angst als positieve opwinding — verergert stotteren doordat spieren stijf worden en motoriek minder soepel verloopt.
Praktische tips bestaan wel: grotere articulatiebewegingen geven meer feedback, en kleine aanpassingen zoals de kaak iets laten zakken vóór een moeilijke klank kunnen helpen. Therapieën variëren van spraakoefeningen tot cognitieve gedragstherapie en co‑regulatie; succes verschilt per persoon en hangt voor een groot deel samen met temperament en gevoeligheid voor spanning. Voor veel mensen betekent dat leren accepteren dat stotteren kan voorkomen, terwijl ze toch zo goed mogelijk leren communiceren.