Waarom zijn sommige talen makkelijker te leren dan andere?

maandag, 23 maart 2026 (10:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Taalonderzoekster Imme Lammertink (Radboud Universiteit en Baby and Child Research Center Nijmegen) onderzoekt waarom sommige talen makkelijker te leren zijn dan andere en legt de nadruk op ‘compositionaliteit’ — het principe dat betekenissen ontstaan door het combineren van kleinere taalelementen (zoals koel + kast → koelkast of het toevoegen van een meervoudsachtervoegsel). Volgens Lammertink maakt veel compositionaliteit het mogelijk met een beperkte woordenschat veel uit te drukken, waardoor leren eenvoudiger wordt.

In een experimentele studie leerden volwassenen en kinderen (8–10 jaar) een fictieve taal met twee varianten: één waarin elk begrip uit combineerbare onderdelen bestond (volledig compositioneel), en één waarin samenstellingen niet systematisch werkten en betekenissen per woord moesten worden onthouden. De combinatie-taal bleek voor beide groepen duidelijk makkelijker te leren; volwassenen presteerden beter dan kinderen, vermoedelijk omdat zij meer taalkundige ervaring hebben en sneller patronen herkennen. De resultaten worden later dit jaar gepubliceerd.

Lammertink plaatst Nederlandse voorbeelden tegenover talen met minder regelmatige samenstellingen: Nederlands gebruikt vaak productieve regels voor meervoudsvorming, terwijl in het Engels sommige vormen (zoals mouse → mice) apart geleerd moeten worden. Als illustration noemt ze ook dat talen als Inuktitut en Turks hoog scoren op compositionaliteit, terwijl Te Reo (de Maori-taal) aan de andere kant van het spectrum ligt en daardoor meer uitdaging kan bieden voor lerenden.

De studie suggereert praktische implicaties voor taalverwerving en onderwijs: systematische, combineerbare regels verminderen het geheugenverlies voor losse items en maken het eenvoudiger om nieuwe betekenissen te bouwen, wat mee kan wegen bij keuzes voor het leren van een taal of bij lesmethodiek.