Waarom worden Olympische kunstschaatsers nooit duizelig van pirouettes?

woensdag, 11 februari 2026 (12:25) - Quest.nl

In dit artikel:

Op de Olympische Winterspelen in Milaan draaien kunstschaatsers razendsnelle pirouettes — tot wel zes keer per seconde — zonder zichtbaar last te hebben van duizeligheid. De verklaring ligt vooral in hoe ons evenwichtsorgaan en de hersenen reageren op rotatie en in jarenlange training van de schaatsers.

Achter elk oor zitten kleine buizen en holtes gevuld met een vloeistof die bij beweging tegen membranen klotst. Die vloeistof geeft via zenuwsignalen aan het brein door dat je draait of remt. Tijdens een constante pirouette komt de vloeistof grotendeels aan één kant te zitten en blijft relatief stil, waardoor het evenwichtsorgaan weinig prikkels afgeeft. Het grootste probleem ontstaat bij abrupt stoppen: dan slaat die vloeistof ineens hard tegen het membraan, en de tegenstrijdige signalen tussen beide oren veroorzaken sterke duizeligheid.

Een tweede sleutel is aanpassing door het zenuwstelsel. Het cerebellum (kleine hersenen) fungeert als filter en beoordelaar van binnenkomende bewegingsinformatie. Bij kunstschaatsers leert dat regelcentrum dat veelvuldige rondjes ongevaarlijk zijn, waardoor het die misselijkheid oproepende signalen steeds minder doorgeeft aan de hersenschors — het deel van de hersenen waar je je bewust wordt van duizeligheid. Hoogleraar Raymond van de Berg (Maastricht UMC+) licht dit uit als een gewenning: de hersenen reageren niet meer overdreven op terugkerende bewegingen.

Die gewenning bereik je niet zomaar; het vraagt veel oefening. Nelum Boom, hoofdcoach bij Bossche Kunstrij Vereniging, zegt dat jonge schaatsers jarenlang moeten trainen — vaak meer dan 20 tot 30 uur per week — om het brein te leren filteren. Techniek speelt een grote rol: een rechte, compacte houding met het hoofd precies boven de as van het lichaam en zo weinig mogelijke uitsteeksels vermindert onbalans en houdt de draaisnelheid constant. Visuele trucjes, zoals direct na een pirouette de hand voor de neus houden om opnieuw te focussen, helpen duizeligheid te temperen.

Trainen gebeurt ook buiten het ijs: speciale apparaten zoals een 'spinner' (een soort draaimolen) worden gebruikt om balans, houding en beginsnelheid te oefenen. Die oefeningen leiden deels tot gewenning, maar zelfs topsporters kunnen na een korte onderbreking weer last krijgen; volledige afschaffing van de duizeligheidsprikkel blijkt onmogelijk.

Voor Nederlandse kijkers: paarrijders Michel Tsiba en Daria Danilova komen zondag 15 februari om 19:45 in actie in de korte kür; het is zeer waarschijnlijk dat je hun pirouettes zult zien. Conclusie: het verdraaide gemak waarmee kunstschaatsers draaien is een combinatie van fysische eigenschappen van het evenwichtsorgaan, cerebellaire filtering en jarenlange, intensieve training.