Waarom word je écht gezonder van wandelen in de natuur?
In dit artikel:
Een wandeling in het bos kan het immuunsysteem tijdelijk versterken. Bomen en planten geven fytociden af: chemische stoffen die hen beschermen tegen schimmels en bacteriën. Mensen ademen deze stoffen tijdens een wandeling in.
Een meta-analyse van acht studies door Trent University uit 2024 liet zien dat blootstelling aan fytociden bij de meeste onderzoeken samenhing met een hoger aantal natural-killercellen (NK-cellen). Deze witte bloedcellen helpen het lichaam virussen te bestrijden en spelen een rol bij het opruimen van afwijkende cellen. Japans onderzoek uit 2010 wees bovendien uit dat enkele uren in het bos al voldoende kunnen zijn voor meer NK-cellen en andere tekenen van een actieve afweer. Ook daalden de stresshormonen van de twaalf deelnemers, wat mogelijk extra gezondheidsvoordelen oplevert.
De werking houdt waarschijnlijk niet slechts enkele uren aan: bij proefpersonen waren sommige immuunversterkende stoffen zeven dagen later nog verhoogd. De precieze duur en betekenis voor de gezondheid zijn echter nog niet volledig vastgesteld.
Vooral naaldbomen, zoals dennen en sparren, lijken veel fytociden af te geven. Ook loofbossen, met name beukenbossen, produceren deze stoffen. Het moment van de wandeling is eveneens belangrijk. Onderzoek uit Zuid-Korea en China wijst erop dat de concentraties het hoogst zijn in de bladerrijke periode, met name aan het begin van de herfst, rond september. In de winter worden veel minder fytociden gemeten. Regelmatig wandelen in een bos kan daarom vooral in het vroege najaar een eenvoudige manier zijn om te ontspannen en mogelijk het immuunsysteem te ondersteunen.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen