Waarom we door de Starlink-satellieten de sterren niet goed kunnen spotten
In dit artikel:
De flarden licht die veel mensen aan de nachtelijke hemel zien zijn Starlink-satellieten van SpaceX. Wat voor het publiek een opvallend schouwspel is, veroorzaakt in de sterrenkunde echter steeds meer hinder: de ruim 9.000 actieve Starlink-toestellen storen radioastronomische waarnemingen doordat hun elektronica onbedoelde radiostraling uitzendt. Daardoor worden zwakke signalen van verre kosmische bronnen vervuild en kunnen observaties foutief worden geïnterpreteerd.
ASTRON-onderzoeker Cees Bassa heeft het probleem in 2024 in kaart gebracht en ziet tot dusver geen verbetering. Hij waarschuwt dat de lekken waarschijnlijk blijven zolang de satellieten operationeel zijn — doorgaans zo’n vijf jaar — en dat het uitzetten van apparaten voor SpaceX geen reële optie zal zijn. Tegelijkertijd heeft SpaceX in het verleden wel stappen gezet om optische overlast terug te dringen: satellieten zijn donkerder gemaakt en sommige kregen zonneschermen, wat de zichtbare reflecties voor telescopen vermindert.
Het probleem dreigt te verergeren: SpaceX wil het aantal Starlinks opdrijven naar tientallen duizenden en ook andere commerciële spelers, zoals Bezos’ Amazon met zijn LEO-netwerk, en staten als China, lanceren massaal meer satellieten. Daardoor ontstaat een fragmentatie van verantwoordelijkheden; astronomengemeenschap en individuele bedrijven contacten onderhouden blijkt niet houdbaar. Bassa pleit voor internationale regelgeving, maar erkent dat dat proces jaren tot decennia kan duren.
In afwachting blijven sterrenkundigen problemen melden en hopen op technische aanpassingen of beleidsingrepen. Voorlopig omschrijft Bassa de huidige situatie als het 'Wilde Westen' van de ruimte: snelle commerciële uitbouw met regelgeving die er niet bij kan blijven.