Waarom sommige leeuwenbekken geel worden en anderen magenta
In dit artikel:
Onderzoekers van het John Innes Centre hebben ontdekt dat leeuwenbekken hun gele bloemkleur niet met één gen, maar met vier samenwerkende genen bepalen. Die genen sturen heel precies hoe geel zich over de bloembladen verspreidt en maken zo kleine maar belangrijke kleurverschillen tussen bloemen mogelijk. Het onderzoek, gepubliceerd in Science Advances, richtte zich op wilde leeuwenbekken in de Pyreneeën, waar twee kleurvormen elkaar raken: gele bloemen met een magenta vlek en magenta bloemen met een gele vlek. Tussen die groepen ligt een smalle mengzone van ongeveer een kilometer breed, waar door kruisbestuiving allerlei tussenvormen ontstaan, van subtiele tintverschillen tot bijna oranje of witte bloemen. De onderzoekers ontdekten dat in totaal zeven genen een rol spelen: drie voor magenta en vier voor geel. Bijen blijken daarbij een sterke selectieve druk uit te oefenen, omdat ze bloemen met zelfs kleine kleurafwijkingen minder vaak bezoeken. Daardoor krijgen sommige kleurpatronen minder kans zich voort te planten. Volgens de onderzoekers laat dit zien dat natuurlijke selectie niet alleen via één dominant gen werkt, maar ook via het gezamenlijke effect van meerdere genen, iets wat ook belangrijk kan zijn voor andere kleurgradiënten in de natuur.
De Oranjezomer: Rutger Castricum confronteerde pedofiel: 'Mijn bloed kookte!'