Waarom niet elke mier zin heeft om een soortgenoot in nood te helpen
In dit artikel:
Een studie van de Johannes Gutenberg-Universität Mainz (JGU) laat zien waarom sommige mieren hun bedolven nestgenoten proberen te redden, terwijl andere niets doen. Het verschil blijkt niet te worden veroorzaakt door spierkracht of energiereserves, maar door variatie in genactiviteit.
Onderzoekers bootsten in het laboratorium een noodsituatie na. Ze begroeven een werkster onder zand en lieten afzonderlijke nestgenoten vijftien minuten lang reageren. Mieren die naar de vastzittende soortgenoot gingen, eraan trokken of eromheen groeven, werden als redders aangemerkt. Mieren die wel naderden maar niet ingrepen, golden als niet-redders.
Daarna vergeleek het team RNA uit onder meer de antennes en hersengebieden van beide groepen, met speciale aandacht voor de zogeheten mushroom body’s, die zintuiglijke informatie verwerken en gedrag sturen. Bij reddende mieren waren meerdere genen actiever. Die houden verband met onder meer geurwaarneming, hormoonregulatie, stofwisseling en afweer.
Volgens hoofdonderzoeker Susanne Foitzik ontstaat reddingsgedrag waarschijnlijk uit een samenspel van het waarnemen van alarmsignalen, de verwerking daarvan in het zenuwstelsel en moleculaire signaalroutes. Ook immuungenen lijken mogelijk een rol te spelen, omdat redders bij hun acties meer risico lopen op verwondingen of infecties. De resultaten tonen aan dat individuele mieren binnen één kolonie sociaal gedrag verschillend kunnen vertonen door meetbare biologische verschillen.
Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'