Waarom neemt de levensverwachting in Nederland niet meer toe (maar in Noorwegen nog wel)?

zondag, 1 februari 2026 (13:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Al meer dan een eeuw nam de levensverwachting in westerse landen sterk toe, eerst door betere hygiëne en voeding, later door vaccins, antibiotica en betere behandeling van chronische ziekten. Maar in Nederland houdt die stijging sinds ongeveer vijftien jaar vrijwel op. Europese onderzoekers die sterftecijfers van twintig landen over lange periodes vergeleken, zien een algemene afvlakking van de eerdere opgaande lijn — met één opvallende uitzondering: Noorwegen.

De rem op de levensverwachting is deels verklaarbaar door afnemende marges: veel van de grote winst kwam door sterke dalingen in sterfte door hart‑ en vaatziekten en kanker, en die dalingen zijn in veel landen grotendeels gerealiseerd. Tegelijk speelt een verslechtering van volksgezondheidsfactoren mee: slechtere voedingskeuzes, minder beweging en een hoger gemiddeld BMI dempen wat medische verbeteringen nog zouden kunnen opleveren. Ook hebben de bovengemiddelde sterfte tijdens de coronajaren de levensverwachting in veel landen negatief beïnvloed; alleen Ierland, IJsland, Zweden, Noorwegen en Denemarken bleven daarvan relatief onaangetast.

Noorwegen steekt er positief uit: daar blijft de levensverwachting stijgen en sinds circa 2011 is die toename zelfs versneld. Waar de gemiddelde jaarlijkse groei in levensverwachting in veel landen afneemt, bedroeg die in Noorwegen ongeveer 0,23 jaar per jaar (terwijl Nederland daalde van circa 0,19 naar 0,11 jaar per jaar). Volgens de onderzoekers komt dat doordat Noorwegen de dalende sterfte aan hart‑ en vaatziekten wél vasthoudt én langeretermijnbeleid voert op preventie, voeding en brede volksgezondheid.

Kort samengevat: het uitblijven van verdere forse levenswinst in veel Europese landen is deels het gevolg van eerder geboekte verbeteringen (de grootste winsten zijn al gemaakt), maar ook van minder gunstige leefgewoonten en de impact van covid. Noorwegen laat zien dat blijvende daling van belangrijkste sterfteoorzaken en gerichte preventieve maatregelen wél verdere levensverlenging mogelijk kunnen houden. Daarmee is de boodschap voor andere landen duidelijk: zonder extra inzet op risicofactoren en preventie komen nieuwe grote winsten in levensverwachting moeilijk tot stand.