Waarom lopen mannen twee keer zo vaak 'tegen de muur' bij een marathon?
In dit artikel:
Een grote analyse van 873.334 finishtijden van de Marathon van Berlijn (1999-2025) laat zien dat mannen weliswaar gemiddeld sneller lopen dan vrouwen, maar veel vaker hard in tempo terugvallen in de tweede helft van de race. Onderzoekers definieerden zo’n “instorting” als een tempoverlies van minstens 20 procent tussen de eerste en tweede helft. Dat gebeurde bij 17,6 procent van de mannen, tegenover 9,7 procent van de vrouwen. Vooral bij de snelste lopers werd het verschil groot: onder marathonlopers die onder de drie uur finishten, zakten mannen ongeveer zes keer zo vaak in als vrouwen.
De studie profiteert van de Berlin Marathon als onderzoeksomgeving: het parcours is vlak, de omstandigheden zijn door de jaren heen redelijk stabiel en er deden heel veel lopers mee. Daardoor konden eerdere vermoedens uit kleinere studies nu met veel meer data worden getest. Uit tussentijden blijkt bovendien dat vrouwen over het algemeen constanter lopen en minder sterke tempo-schommelingen hebben. Als mannen instorten, gebeurt dat gemiddeld iets later, maar vaak wel heftiger.
Een exacte oorzaak is nog niet bewezen, maar de onderzoekers denken aan een combinatie van factoren. Vrouwen lijken tijdens zware inspanning relatief zuiniger om te gaan met koolhydraten en meer vet te verbranden, wat energie kan besparen. Daarnaast kan meespelen dat mannen in competitieve settings vaker te hard van start gaan of hun eigen kunnen overschatten. Het onderzoek keek niet naar hartslag, glycogeen of andere fysiologische metingen, en alleen finishers werden meegeteld. Daardoor ligt het werkelijke aantal lopers dat “tegen de muur” loopt waarschijnlijk hoger dan in deze cijfers zichtbaar is.
De Oranjezomer: Maurice Steijn krijgt moeilijke vraag over zoon Sem: ‘Pfoe!’