Waarom liggen zoveel mensen 's nachts wakker? In dit slaaplab zoeken wetenschappers naar antwoorden

dinsdag, 26 mei 2026 (08:25) - Quest.nl

In dit artikel:

In het Slaaplab van het Nederlands Herseninstituut op het terrein van Amsterdam UMC proberen onderzoekers te achterhalen wat er in het brein misgaat bij mensen die slecht slapen. Onder leiding van slaaponderzoeker Lara Rösler worden hier vrijwilligers onderzocht die geen opvallende medische aandoeningen hebben maar wel aangeven slecht te slapen; begin 2025 startten de eerste tests en in totaal deden 59 proefpersonen mee. Een deel van het team werkt ’s nachts vanuit een controlekamer en volgt met live-eeG-metingen ademhaling, hersengolven en spierspanning van de slapers.

De aanleiding is groot: volgens het CBS kampt ruim een kwart van de Nederlanders met slaapproblemen en ongeveer tien procent slaapt chronisch slecht. Slaaptekort en gefragmenteerde slaap hebben niet alleen directe gevolgen zoals vermoeidheid, concentratieverlies en prikkelbaarheid; langdurig slecht slapen verhoogt ook het risico op angststoornissen, depressie en zelfs hart- en vaatziekten. Gert Jan Lammers (LUMC) benadrukt dat de benodigde slaapduur per persoon verschilt—gemiddeld 7,5–8 uur—maar dat ook mensen die objectief genoeg slapen toch klachten kunnen ervaren, waardoor de relatie tussen subjectieve klachten en meetbare slaapcomplex is.

Het lab werkt met uitgebreide fysiologische monitoring: proefpersonen dragen een EEG-muts met 256 elektroden en meerdere sensoren voor zweetreactie, spiertonus en blozen. Slaap verloopt in cycli van ongeveer anderhalf tot twee uur (inslapen, lichte slaap, diepe slaap, REM) die ’s nachts meerdere keren terugkeren. Bewegingen tijdens de slaap veroorzaken kortdurende signalen in de hersenen en verstoren herstelprocessen, waardoor emotieverwerking en andere herstelfuncties kunnen worden onderbroken.

Een specifiek onderzoeksdoel is het verband tussen gefragmenteerde REM-slaap en emotieverwerking, met speciale aandacht voor de neurotransmitter noradrenaline. In het experiment worden deelnemers eerst blootgesteld aan een opwekkende, schaamtevolle gebeurtenis — bijvoorbeeld solo-karaoke — en moeten zij dat fragment later opnieuw beluisteren en een herinnering aan een eerder gênant moment oproepen. Tijdens de nacht krijgen ze vervolgens ofwel een middel dat noradrenaline onderdrukt, een middel dat het stimuleert, of een placebo. ’s Ochtends meten de onderzoekers hoeveel emotie de proefpersonen nog voelen bij terugdenken; de hypothese is dat slecht of gefragmenteerd slapen de emotionele nasleep versterkt en dat noradrenaline daarin een sleutelrol speelt. De onderzoekers benadrukken dat het doel niet is direct een slaapmedicijn te vinden, maar om mechanistisch te begrijpen waarom emotionele klachten en slaapstoornissen zo vaak samen voorkomen.

Praktisch is het werk intensief: elektroden moeten met gel aangebracht en ’s ochtends weer zorgvuldig schoongemaakt worden, nachtdiensten en kleine proefgroepjes maken voortgang traag. De klinische observatie is ook zorgvuldig opgezet: een nieuwsgierige buitenstaander mag niet meekijken omdat het meten van sociale stress en schaamte gevoelige uitkomsten kan beïnvloeden.

Breder perspectief van slaaponderzoekers zoals Peter Meerlo (RUG): slaap is essentieel voor het brein en lichaam—het ondersteunt immuunsysteem, ontwikkeling en synaptische organisatie, en wellicht het verwijderen van afvalstoffen uit de hersenen. Tegelijk blijft slaap evolutionair gezien een kwetsbare, maar blijkbaar onmisbare toestand. Als tip geven onderzoekers aan: plan slaap als vaste tijd in je agenda; het heeft concrete gevolgen voor welzijn en gezondheid.