Waarom krijgen dieren jonkies in de lente?
In dit artikel:
In het voorjaar verschijnen veel jongen in de natuur — kuikens, lammetjes, kalfjes — omdat dat het beste moment is voor overleving en voedselvoorziening. Kees van Oers (NIOO-KNAW; hoogleraar Dierpersoonlijkheid, WUR) legt uit dat dieren hun voortplanting afstemmen op de beschikbaarheid van voedsel: schapen moeten voldoende voer hebben om melk te produceren voor lammeren, en zangvogels zoals koolmezen timen hun broedperiode zó dat hun jongen uitkomen als er in mei veel groene rupsen zijn.
Dieren gebruiken betrouwbare seizoenssignalen om dat tijdstip te voorspellen. Vanaf eind december merken veel soorten dat de dagen langer worden; vogels gaan zingen en hun geslachtshormonen stijgen al om zich klaar te maken voor paring. Na het vinden van een geschikte broedplaats kijken ze, naast daglengte, ook naar temperatuur als aanwijzing wanneer eieren gelegd moeten worden.
Er kleven risico’s aan die strategie. Voortplanting vraagt veel energie en gaat vaak ten koste van het immuunsysteem, daarom zijn veel soorten slechts seizoensgebonden vruchtbaar en herstellen ze in de winter zodat ze in het voorjaar fit zijn. Daarnaast verstoort klimaatverandering het ritme: onderzoek uit 2023 (University of California) toonde dat door opwarming vogels de lente steeds moeilijker kunnen voorspellen, wat leidt tot te vroeg of te laat broeden, minder voedsel voor de jongen en lagere overlevingskansen.
Kortom: de lente biedt een optimale combinatie van omstandigheden voor het grootbrengen van jongen, maar die nauwkeurige timing is kwetsbaar voor veranderingen in temperatuur en de beschikbaarheid van voedsel.