Waarom komen insecten op lampen af? Wetenschappers zijn het niet met elkaar eens
In dit artikel:
Motten en andere nachtactieve insecten vliegen waarschijnlijk niet naar lampen omdat ze licht mooi of warm vinden, maar omdat kunstlicht hun navigatie verstoort. Ecoloog Kamiel Spoelstra van het Nederlands Instituut voor Ecologie onderzoekt in het project Licht op Natuur hoe dat gebeurt en welke gevolgen het heeft.
Een mogelijke verklaring komt van bioloog Samuel Fabian. Volgens hem gebruiken vliegende insecten licht van de hemel om boven en onder van elkaar te onderscheiden. Bij een lamp draaien ze hun rug naar de lichtbron. Daardoor raken ze uit balans en gaan ze rondjes vliegen, totdat ze bij de lamp belanden of neerstorten. Spoelstra vindt deze verklaring niet voor alle insecten overtuigend: Fabian onderzocht maar enkele soorten en zag bijvoorbeeld niet dat alle insecten rond een lamp blijven cirkelen.
Spoelstra denkt zelf vooral aan een verstoring van de manier waarop nachtelijke insecten op de maan navigeren. Omdat de maan ver weg staat, blijft die vanuit een bewegend insect vrijwel op dezelfde plek. Door de hoek met de maan gelijk te houden, kunnen de dieren rechtdoor vliegen. Een lamp op enkele meters afstand lijkt echter een vergelijkbaar oriëntatiepunt. Om dezelfde hoek te behouden, moeten ze voortdurend bijsturen en spiralen ze naar de lichtbron.
Dat heeft ecologische gevolgen. Insecten raken uitgeput, verliezen tijd die ze nodig hebben om voedsel te zoeken of een partner te vinden en worden een gemakkelijke prooi voor spinnen, vleermuizen, padden en andere insecteneters. Een deel wordt door auto’s geraakt. Ook op de bodem verandert de natuur rond lantaarnpalen: in Nederlands onderzoek werden daar bijvoorbeeld minder mieren en meer emelten gevonden. Licht kan bovendien voor lichtschuwe soorten een onneembare grens vormen en hun leefgebied verkleinen.
De aarde wordt steeds feller verlicht. Door zuinige ledlampen worden niet alleen energie bespaard, maar ook meer plekken en langere tijd verlicht. Dat draagt mogelijk bij aan de sterke afname van insecten, al is de precieze omvang van het effect moeilijk vast te stellen. Experimenten om vallende insecten onder lampen te tellen liepen onder meer vast door wind, condens en insecten die op het meetdoek terechtkwamen.
De kleur en intensiteit van licht maken verschil. Blauw en wit licht trekken relatief veel insecten aan, terwijl rood licht veel minder verstorend werkt. Gedimde verlichting beperkt de effecten eveneens. De eenvoudigste maatregel blijft volgens Spoelstra echter: lampen uitdoen wanneer ze niet nodig zijn.
Vandaag Inside: Wouter de Winther geeft duiding bij begrotingsgesprekken: ‘Dáár is Jesse Klaver héél erg kwaad over!’