Waarom het al op 12 december het vroegst donker wordt
In dit artikel:
Op 21 december is de daglengte in Nederland het kortst: die dag komt de zon op om 8.46 uur en gaat hij om 16.30 uur onder. Toch valt de vroegste zonsondergang al eerder: op 12 december verdwijnt de zon hier rond 16.28 uur. En de laatste zonsopkomst volgt weer later, rond 30 december. Hoe zit dat?
Twee effecten spelen mee. Ten eerste de kanteling van de aardas: het noordelijk halfrond staat in december van de zon af gericht, waardoor de dagen korter worden—dát maakt 21 december tot de kortste dag van het jaar. Ten tweede beïnvloedt de baan van de aarde rond de zon het precieze tijdstip van op- en ondergang. Die baan is een lichte ellips; in de winter staat de aarde dichter bij de zon en beweegt daardoor iets sneller. Doordat de aarde tegelijkertijd om haar as draait en zich voortbeweegt rond de zon, verschuift de tijd tussen twee volle zonneschijnmomenten (de zogenaamde zonnetijd). In december betekent de hogere baansnelheid dat de aarde elke dag iets verder moet draaien om de zon weer op dezelfde plaats te zien, waardoor zonsondergangen enigszins later vallen dan je door alleen de daglengte zou verwachten.
Die twee factoren “trekken” dus tegen elkaar: de schuine as veroorzaakt steeds vroeger invallen van de duisternis, de versnellende baan zorgt juist voor vertraging. Het resultaat is dat de vroegste zonsondergang vóór de kortste dag ligt (rond 12 december), terwijl de laatste zonsopkomst ná de kortste dag komt (rond 30 december). Dit verschijnsel hangt samen met wat men in de astronomie de “equation of time” of het analemma noemt.