Waar zijn de verdwenen oude hoofdsteden van Egypte gebleven? Archeologen zoeken nog steeds.
In dit artikel:
Archeologen weten zeker dat de verdwenen hoofdsteden Thinis (ook Tjenoe) en Itjtawy ooit hebben bestaan – hun namen duiken op in officiële documenten, priesterlijke registers en zelfs het Dodenboek – maar fysieke restanten ontbreken nog. Conservator Daniel Soliman van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden legt uit dat ambtelijke papieren en religieuze teksten de steden bevestigen, terwijl opgravingen tot nu toe geen duidelijke paleizen of straatplan hebben opgeleverd.
Itjtawy zou rond 4000 jaar geleden door farao Amenemhat I zijn gesticht. Van die vorst is wel een piramideruïne gevonden, wat onderzoekers als een belangrijke aanwijzing beschouwen: koninklijke bouwactiviteiten wijzen vaak op een nabijgelegen hoofdstad. Met satellietbeelden van NASA hebben archeologen in de omgeving van die piramide gezocht naar subtiele terreinverhogingen; op zo’n plek werd bij proefputten aardewerk aangetroffen op ongeveer vijf meter diepte. Dat maakt de locatie plausibel, maar over uitgebreide opgravingen is nog geen definitief bewijs geleverd.
Thinis wordt al nog langer gesuggereerd als centrum—mogelijk 5.000–6.000 jaar oud—en staat meerdere keren in oude teksten genoemd. Er is sterk bewijs voor intens contact tussen Thinis en het nog bestaande Abydos, waardoor men vermoedt dat Thinis ergens nabij dat middengebergte van Egypte lag. Sommige onderzoekers denken dat resten van Thinis zelfs onder het hedendaagse Girga kunnen liggen; het komt vaak voor dat continu bewoonde locaties over eeuwenlagen van oudere bewoning liggen.
Meerdere factoren maken het opsporen van zulke steden lastig. De Nijl heeft door de millennia heen van loop veranderd en eet langs haar oevers lagen aarde en gebouwen weg. Oude bouwmaterialen werden bovendien veelvuldig gerecycled: kleisteen en stenen van antieke muren werden hergebruikt als brandstof of mest, vooral in de 19e eeuw. Vroege archeologen richtten zich vrijwel uitsluitend op graven en tempels; zwakkere sporen van stadsmuren of funderingen werden vaak niet gedocumenteerd en raakten daardoor verloren. Bovendien liggen potentiële sites soms onder moderne wijken, waardoor grootschalige opgravingen sociaal en praktisch problematisch zijn.
Toch blijven onderzoekers zoeken met nieuwe technieken: satellietbeeldanalyse en toekomstgerichte instrumenten zoals subgrondse beeldvorming kunnen over decennia of eeuwen meer onthullen zonder grootschalig te graven. Tot die tijd blijven Thinis en Itjtawy twee van de grootste ‘vermiste’ steden uit het oude Egypte: historisch bevestigd door teksten, maar vooralsnog ongrijpbaar in het landschap.