Waar is iemand met smetvrees écht bang voor?
In dit artikel:
Smetvrees, of mysofobie, is meer dan een sterke voorkeur voor een schoon huis of vaak je handen wassen. Bij deze aandoening voelt schoonmaken of ontsmetten niet als een keuze, maar als de enige manier om ondraaglijke angst tijdelijk te verminderen. Hoogleraar psychotherapie in de psychiatrie Patricia van Oppen van Amsterdam UMC legt uit dat smetvrees meestal voortkomt uit angst om zelf ziek te worden of een ander te besmetten. Daaronder ligt vaak de vrees dat iemand door die besmetting ernstig ziek wordt of overlijdt.
Voor mensen met smetvrees voelt een klein en normaal verwaarloosbaar besmettingsrisico als een direct en dringend gevaar. Een deurklink kan bijvoorbeeld leiden tot de gedachte dat bacteriën op de handen komen, vervolgens iemand anders besmetten en uiteindelijk diens ziekte of dood veroorzaken. De angst versterkt zichzelf lichamelijk en mentaal. Handen wassen geeft kort verlichting, maar roept daarna nieuwe twijfel op: is er wel lang of vaak genoeg gewassen? Zo ontstaan vaste rituelen, zoals herhaaldelijk wassen met zeep of desinfecteren.
Smetvrees is een vorm van obsessief-compulsieve stoornis (OCS). OCS wordt gekenmerkt door terugkerende, ongewenste gedachten, beelden of impulsen die angst oproepen, gevolgd door dwanghandelingen om die angst tijdelijk te laten zakken. De inhoud kan verschillen: naast besmetting kunnen mensen bijvoorbeeld bang zijn een ander kwaad te doen. Het onderliggende mechanisme blijft hetzelfde: de angst voor een slechte uitkomst leidt tot pogingen om het risico volledig onder controle te krijgen.
Zonder behandeling kan smetvrees zich steeds verder uitbreiden. Mensen besteden steeds meer tijd aan wassen en schoonmaken en gaan plekken, mensen of situaties vermijden die zij als vies of besmet beschouwen. De dwang kan ook lichamelijke schade veroorzaken; sommige patiënten wassen hun handen tientallen keren per dag, tot de huid kapot is, terwijl ze toch doorgaan. Volgens Van Oppen verdwijnen de klachten meestal niet vanzelf en worden ze vaak erger.
Wie zichzelf of een naaste in deze symptomen herkent, doet er goed aan naar de huisarts te gaan. Schaamte hoeft daarbij geen belemmering te zijn: OCS komt veel voor en is behandelbaar. De belangrijkste behandeling is exposure met responspreventie. Daarbij wordt iemand geleidelijk en onder begeleiding blootgesteld aan situaties die angst oproepen, zonder het gebruikelijke ritueel uit te voeren. Zo leert de patiënt dat de angst vanzelf afneemt en dat de gevreesde gevolgen meestal uitblijven. Als therapie onvoldoende helpt, kan medicatie worden ingezet om de angst te verminderen en de behandeling beter vol te houden.
Naasten kunnen helpen door begrip te tonen en iemand aan te moedigen professionele hulp te zoeken. Ze moeten niet volledig meegaan in de dwang, maar ook geen grote stappen afdwingen. De angst voelt voor de patiënt echt en kan bij te snelle confrontatie tot paniek leiden. De behandeling hoort bij een professional; aanwezig zijn en steun bieden is voor een partner of familielid voldoende.
De Oranjezomer: Wanneer maakt Bas Nijhuis zijn rentree als scheidsrechter?