Vrijwel heel Japan is door de aardbeving van 2011 naar het oosten verschoven
In dit artikel:
Vijftien minuten na de zware zeebeving bij Sendai op 11 maart 2011 schoof bijna heel Japan ongeveer 5 millimeter naar het oosten. Die verplaatsing werd niet direct door een nieuwe aardbeving veroorzaakt, maar door een seismische golf van de hoofdbeving die diep de aarde in reisde, tegen de kern weerkaatste en daarna terugkeerde naar het oppervlak. Onderzoekers beschrijven dit als de grootste gemeten landverschuiving van dit type.
De beving zelf richtte al enorme schade aan: de grond schoof lokaal meters op, een tsunami van zo’n 40 meter hoog verwoestte kustgebieden en leidde tot kernsmeltingen in drie reactoren van Fukushima. Toch laat dit onderzoek zien dat de gevolgen van een grote aardbeving daar niet mee ophouden. De plotselinge, gelijkmatige beweging strekte zich uit over een gebied van ongeveer 3000 kilometer lang en over vrijwel de hele breedte van Japan, mogelijk zelfs verder in zee.
Seismoloog Sunyoung Park en haar collega’s ontdekten dit door gps- en seismische gegevens te combineren. Volgens hen hadden de schokken de tektonische plaatgrenzen waarschijnlijk al verzwakt, waardoor de teruggekaatste golf vijftien minuten later genoeg kracht had om vier aangrenzende platen tegelijk in beweging te zetten. De studie onderstreept dat grote aardbevingen ook op aanzienlijke afstand en met vertraging extra gevaar kunnen veroorzaken, iets waarmee volgens de onderzoekers wereldwijd meer rekening moet worden gehouden.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop