Voorouders van zoogdieren baarden al 236 miljoen jaar geleden levende jongen
In dit artikel:
Een toevallige waarneming aan de Universiteit van Buenos Aires levert nieuwe aanwijzingen op over het ontstaan van een belangrijk zoogdierkenmerk: het baren van levende jongen. Studenten onderzochten dunne plakjes van een beenbot van Chiniquodon theotonicus, een cynodont die 236 miljoen jaar geleden leefde. Het fossiel werd in 2011 gevonden in het Argentijnse natuurpark Talampaya.
In het bot zagen de onderzoekers een groeilijn die vergelijkbaar is met een jaarring. Volgens paleontoloog Leandro Gaetano en zijn collega’s markeerde die lijn een groeispurt kort na de geboorte. Aan de hand van de botafmetingen berekenden zij dat het dier toen ongeveer 1,68 kilogram woog, tegenover bijna 12 kilogram als volwassene. Die verhouding komt overeen met die van hedendaagse placentadieren, die relatief grote jongen krijgen. Reptielen, vogels en andere eierleggende dieren komen doorgaans veel kleiner uit het ei.
De onderzoekers denken daarom dat Chiniquodon mogelijk levende jongen kreeg. Dat zou betekenen dat deze voortplantingswijze al tot 90 miljoen jaar eerder bestond dan tot nu toe werd aangenomen. Het kan ook verklaren waarom uit het Perm en Trias opvallend weinig fossiele eieren bekend zijn.
Het bewijs is echter indirect. Paleontoloog Mike Benton noemt de redenering overtuigend, terwijl evolutionair bioloog Oliver Griffith benadrukt dat een groeilijn geen rechtstreeks bewijs vormt. Een fossiel ei of een zwangere voorouder van zoogdieren zou de kwestie definitief kunnen oplossen, maar zulke vondsten zijn tot nu toe niet gedaan.
Vandaag Inside: Wat verwacht Johan Derksen van de nieuwe partij van Mona Keijzer?