Volgens de manosfeer zijn ridders keihard, maar in het echt huilden ze juist wél

zondag, 8 november 2026 (08:25) - Quest.nl

In dit artikel:

Middeleeuwse ridders waren volgens ridderromans bepaald geen emotieloze vechtmachines. In verhalen uit de twaalfde en dertiende eeuw huilen ze openlijk, omhelzen en kussen ze elkaar en tonen ze verdriet door bijvoorbeeld hun handen te wringen of tegen elkaar te slaan. Dat laatste was geen applaus, maar een teken van ontzetting na slecht nieuws of de dood van een medestrijder.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van de Vlaamse historisch letterkundige Laurent Breeus-Loos aan de Universiteit Antwerpen. Hij onderzocht hoe emoties worden verbeeld in onder meer de Roman van Moriaen, waarin ridders hun gevoelens uitgebreid uiten en zelfs tijdens een gevecht persoonlijke verhalen delen. Zulke ridderromans waren destijds zeer populair en combineerden avontuur, liefde, geweld en humor, vergelijkbaar met hedendaagse superheldenfilms of streamingseries.

Het beeld van de ridder als zwijgzame, onverstoorbare krijger is volgens Breeus-Loos vooral later ontstaan. De negentiende-eeuwse Victoriaanse nadruk op de ‘stiff upper lip’ — beheersing, stoerheid en het onderdrukken van emoties — werd achteraf sterk met middeleeuwse mannelijkheid verbonden en kreeg later via Hollywood en moderne series extra invloed.

Middeleeuwse zelfbeheersing betekende echter iets anders. Binnen de hoofse idealen, die vanaf de twaalfde eeuw aan Franse hoven opkwamen, moesten ridders hun agressie beheersen, eerlijk handelen en medelijden tonen. Een tegenstander die van zijn paard was gevallen, mocht bijvoorbeeld niet zomaar worden gedood. Emotionele kwetsbaarheid deed in deze verhalen geen afbreuk aan moed, mannelijkheid of ridderlijkheid.

De romans zijn fictie en bewijzen niet dat ridders zich in werkelijkheid altijd zo gedroegen. Toch laten ze zien hoe in die tijd over emoties en goed gedrag werd gedacht. Omdat de verhalen waarschijnlijk tijdens bijeenkomsten werden voorgedragen, moesten hun normen ten minste enigszins herkenbaar of aanvaardbaar zijn voor het publiek, al kunnen sommige passages ook ironisch of parodistisch zijn geweest.

Breeus-Loos begon zijn onderzoek niet als reactie op manosfeer-influencers zoals Andrew Tate, die beweert dat ‘echte mannen’ hun emoties beheersen. Wel denkt de onderzoeker dat het historische voorbeeld kan helpen om hedendaagse mannen minder schaamte te laten voelen over kwetsbaarheid, omdat het onderdrukken daarvan negatieve gevolgen kan hebben.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Ik keek donderdag een beetje verbaasd op van Jort Kelder...'