Vertrouwen in wetenschap blijft hoog, maar enthousiasme over AI neemt flink af
In dit artikel:
Nederlanders hebben in 2026 nog altijd het meeste vertrouwen in de wetenschap van alle onderzochte instituties. In het onderzoek van het Rathenau Instituut, waaraan 4.554 mensen deelnamen, krijgt de wetenschap gemiddeld een 7,4, tegenover 7,5 een jaar eerder. De rechtspraak volgt met een 6,4 en kranten met een 5,7. De veranderingen zijn voor de meeste mensen beperkt: ruim 80 procent gaf de wetenschap hooguit één punt meer of minder dan vorig jaar. Het aandeel mensen dat een 5 of lager geeft, steeg van 15 naar 16 procent, terwijl het aandeel met een 9 of 10 daalde van 34 naar 32 procent.
Het vertrouwen in de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie binnen de wetenschap nam veel sterker af. Eind 2024 dacht 60 procent dat AI kon helpen bij grote problemen, zoals klimaatverandering en ernstige ziekten. In 2026 is dat nog 37 procent.
Bijna de helft van de ondervraagden vindt het belangrijk dat het vertrouwen in de wetenschap wordt vergroot. Zij noemen minder politieke invloed en het vermijden van commerciële belangen als belangrijke voorwaarden. Ook de praktische toepasbaarheid van onderzoek speelt een rol. Artsen, wetenschappelijke adviesraden, rechters, advocaten en docenten krijgen relatief veel vertrouwen wanneer zij onderzoek gebruiken. Journalisten, beleidsmakers, bedrijven, activisten en politici kunnen daarbij op hooguit ongeveer een derde rekenen.
Samenwerking tussen Europese onderzoeksinstellingen krijgt steun van 59 procent. Dat daalt naar 57 procent bij samenwerking met Japan of Australië, 26 procent met de Verenigde Staten, 16 procent met China en 8 procent met Rusland. Volgens het Rathenau Instituut is vooral de lage steun voor samenwerking met de VS en China opvallend, omdat veel universiteiten daar tot de wereldtop behoren.
Voor het eerst onderzocht het instituut ook de financiële situatie van huishoudens. Mensen die aangeven moeilijk rond te komen, hebben minder vertrouwen in de wetenschap. Volgens onderzoeksleider Jelle Slief lijkt huishoudinkomen daarmee een betere voorspeller dan opleidingsniveau. Daarnaast blijken mensen met veel vertrouwen sterker positief te staan tegenover gelijkgestemden en negatiever tegenover mensen met weinig vertrouwen. Toch wil een meerderheid van beide groepen met andersdenkenden in gesprek.
Sinds 2025 volgt het Rathenau Instituut jaarlijks dezelfde groep deelnemers. Daardoor kan het toekomstige individuele veranderingen in vertrouwen beter analyseren.
Vandaag Inside: René van der Gijp heeft begrip voor hitsige Bondgenoten-deelnemers: ‘Na een week...'