Verrassing: Isaac Newton geloofde in de steen der wijzen
In dit artikel:
Isaac Newton (1643–1727) is vooral bekend als de natuurkundige die zwaartekracht en de bewegingswetten formuleerde, maar privé wijdde hij een groot deel van zijn leven aan alchemie en religieuze speculatie. In zijn werkkamer verzamelde en schreef hij honderden boeken en mogelijk meer dan een miljoen woorden over pogingen om stoffen te transmuteren en geheime principes van de natuur te ontcijferen. Zijn doel was onder meer de mythische steen der wijzen: een middel om onedele metalen in goud te veranderen en het leven te verlengen.
Alchemie was in de zeventiende eeuw geen marginaal bijgeloof maar een voorloper van de scheikunde, waarin symboliek, geheimtaal en experimentele praktijken samen met wiskundige nauwkeurigheid voorkwamen. Newton gebruikte gecodeerde ingrediënten en beelden zoals “vurige draak” of “adelaars van kwik” – termen die vaak niet letterlijk bedoeld waren maar processen en stoffen omschreven. Hij deed extreem persoonlijke en soms gevaarlijke proeven: hij prikte onder andere met een naald zijn eigen oog om kleurwaarnemingen te bestuderen en proefde kwik, wat later verklaart waarom er hoge concentraties van dit giftige metaal in zijn haren werden gevonden.
Naast materiaalkunde onderzocht Newton ook oudheidkundige thema’s en bijbelse profetieën. Hij bestudeerde de Piramide van Cheops in het streven naar een Egyptische lengtemaat die hem zou helpen bij berekeningen over de aarde en de zwaartekracht. Ook reconstrueerde hij bijbelteksten en gebruikte hij die voor tijdsbepalingen; met verborgen rekenregels concludeerde hij dat het einde van de wereld pas rond 2060 zou kunnen plaatsvinden — een berekening bedoeld om eindtijdpredikers de mond te snoeren, niet per se een persoonlijke apocalypsverwachting.
Newton publiceerde zijn alchemistische en religieuze manuscripten niet; alchemie was een gesloten wereld vol geheimhouding. Pas ongeveer negentig jaar geleden kwam deze kant van hem grootschalig aan het licht toen honderden van zijn documenten bij veilinghuis Sotheby’s opdoken — sommige zelfs met scoringsporen van vuur, een beeld dat refereert aan een verhaal waarin zijn hond Diamond een kaars omstootte en papieren in brand zette.
Newton kan zo gezien worden als een brugfiguur: zowel een briljant wiskundige en natuuronderzoeker als de “laatste magiër” van een tijdperk waarin wetenschap en esoterie nog dicht verweven waren. Zijn alchemische passie leverde geen goud op, maar draagt bij aan ons begrip van de historische context van de vroegmoderne wetenschap — en verklaart ten dele zijn excentrieke en soms zelf-destructieve praktijken.