'Vergeten' zoutlaag blijkt een gigantische natuurlijke batterij van 100 GWh voor groene stroom

maandag, 23 februari 2026 (12:07) - Techniek & Wetenschap

In dit artikel:

Onder de droge vlaktes van zuidoost-Queensland ligt het weinig bestudeerde Adavale Basin, onderdeel van het grotere Great Artesian Basin. Geoscience Australia voerde onlangs een boorprogramma van circa 31 miljoen AUD uit en boorde tot ongeveer drie kilometer diepte, waarbij een doorlopende boorkern van 976 meter en honderden gesteentemonsters werden opgehaald. De belangrijkste ontdekking was een dikke laag steenzout (Boree Salt) die geschikt lijkt om ondergrondse cavernes te vormen voor grootschalige waterstofopslag.

Het opslagprincipe is eenvoudig: zout kan worden opgelost door water in te pompen, waarna het afgevoerde zoute water een holte achterlaat — een afgesloten cavern waarin gas opgeslagen kan worden. Zoutformaties worden internationaal al langer gebruikt voor aardgas en worden in enkele landen ook getest voor waterstof. Voor het Adavale Basin berekenen onderzoekers dat één cavern ongeveer 6.000 ton waterstof kan bevatten, ruwweg 100 GWh aan energie. Ter illustratie: dat is vergelijkbaar met het gecombineerde vermogen van tientallen grote netgekoppelde batterijen in Australië; enkele cavernes zouden theoretisch genoeg energie kunnen leveren om miljoenen huishoudens een dag van stroom te voorzien.

De vondst is relevant omdat Australië recordhoeveelheden zonne- en windenergie produceert en vaak overdag een overschot heeft, terwijl de vraag piekt bij zonsondergang en bij windstilte. Lithium-ionbatterijen zijn duur en niet geschikt voor dagen- tot seizoenslange opslag; zoutcavernes bieden schaalvoordelen op een heel ander niveau.

Er zijn echter belangrijke onzekerheden. Het langetermijngedrag van cavernes onder de Australische geologische omstandigheden moet nog worden aangetoond. Het aanleggen van cavernes vergt veel water — een schaarse hulpbron in de outback — en het Great Artesian Basin levert water aan zo’n 180.000 mensen, wat conflicten kan oproepen. Waterstofmoleculen lekken gemakkelijker dan grotere gassen en kunnen door micro-organismen worden omgezet, bovendien is de keten van elektrolyse, compressie, transport en terugwinning minder efficiënt dan directe batterijopslag. Ook is aanzienlijke infrastructuur nodig: pijpleidingen, elektrolysers en compressiestations.

Internationaal bestaan vergelijkbare projecten (bijvoorbeeld in Utah en tests in Europa), maar Oost-Australië had tot nu toe geen geschikt zout. De komende proefprojecten moeten uitwijzen of techniek en economie op grote schaal werken. Slagen die tests, dan kan een eeuwenoude rotsformatie onder de outback uitgroeien tot een cruciale ondergrondse energiebuffer voor Australië’s transitie naar hernieuwbare energie.