Van trio's tot taboes: zo voorspelbaar zijn onze seksuele fantasieën

woensdag, 22 april 2026 (08:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Seksuele fantasieën zijn vrijwel universeel en meestal geen reden tot schaamte, stellen seksuoloog Marieke Dewitte (Universiteit Maastricht) en socioloog Lena van de Lande (Erasmus Universiteit Rotterdam). Volgens Van de Lande heeft ongeveer 90 procent van de mensen dergelijke opwindende mentale beelden; in een groot Amerikaans onderzoek gaf zelfs 97 procent aan te fantaseren. Ook een Quest-enquête uit 2020 onder ruim 2.000 lezers laat zien dat fantaseren wijdverbreid is: slechts 2 procent zegt nooit te fantaseren, 49 procent droomt over de partner, 19 procent over collega’s en 14 procent over een beroemdheid. Toch vertelt bijna de helft zelden of nooit over die beelden en ruim de helft schaamt zich er weleens voor.

Wat fantasieën precies zijn verschilt per persoon: sommige mensen zien gedetailleerde scènes, anderen ervaren meer gevoel of een afstandelijk perspectief. Onderzoek uit 2026, waarbij onder meer Michigan State University betrokken was, koppelt persoonlijkheidskenmerken aan frequentie: mensen met een hoge score op neuroticisme hebben vaker erotische gedachten, terwijl wie hoog scoort op vriendelijkheid en ordelijkheid daar minder last van lijkt te hebben.

Hoewel individuele inhoud varieert, blijken fantasieën vaak in beperkte, herkenbare patronen te vallen. De Amerikaanse onderzoeker Justin Lehmiller onderscheidde zeven veelvoorkomende categorieën, wat suggereert dat veel fantasieën overeenkomen door gedeelde cultuur en opvoeding. Van de Lande wijst op sociale scripts — culturele draaiboeken over wie wat doet en aantrekkelijk vindt — als belangrijke bron: denk aan het klassieke beeld van de redder-prins uit Disney, dat kan doorwerken in fantasieën over mannen die domineren. Tegelijkertijd kunnen fantasieën ook juist normen doorbreken, bijvoorbeeld bij seksscènes met meerdere partners.

Belangrijk is dat fantasieën niet automatisch een wens om ze uit te voeren betekenen. Dewitte noemt onderzoek waaruit blijkt dat maar ongeveer één op de drie mensen een fantasie écht wil omzetten in gedrag; voor de meeste is het puur mentale stimulatie. Ze benadrukt ook dat het brein het belangrijkste seksuele orgaan is en dat fantasieën kunnen helpen om seksuele opwinding te vergroten — wat bijvoorbeeld vrouwen kan helpen dichter bij orgasme te komen. Dewitte vat het beeldend samen: “Je fantasie is de vibrator van je geest.” Fantasieën vormen bovendien een veilige ruimte om te experimenteren zonder directe consequenties.

Delen van fantasieën met een partner gebeurt relatief weinig — zo’n 40 procent van koppels doet dat wel — maar kan soms positieve effecten hebben, mits zonder druk en met respect voor grenzen. Als praktische tip raadt Dewitte aan fantasieschrijverij: elk schrijft zijn of haar fantasieën, stopt ze in een doos en trekt wekelijks een kaartje om te bespreken, zonder verplichting tot uitvoering.

Voor wie wil meewerken aan vervolgonderzoek: Van de Lande zoekt anonieme deelnemers om fantasieën te delen en geeft daarvoor een aanmeldlink. Het centrale advies van beide onderzoekers blijft: fantasieën zijn normaal, vaak gedeeld, en meestal onschuldig — schaamte is niet nodig.