Van een economische crisis word je een klein dikkertje
In dit artikel:
Onderzoekers van de Universität Bonn analyseren langlopende bevolkingsgegevens uit Indonesië en concluderen dat economische crises in de eerste levensjaren blijvende schade kunnen toebrengen aan kinderen. Tijdens de Aziatische financiële crisis eind jaren 90 explodeerden voedselprijzen (rijst werd ruim 2,5 keer duurder). Gezinshuishoudens, met minder koopkracht, schakelden naar goedkopere, vaak calorierijke maar voedingsarme maaltijden. Kinderen die in die periode werden geboren liepen daardoor groeiachterstanden op en bleken later als volwassenen gemiddeld kleiner — met alle bekende nadelige gevolgen voor opleiding, inkomen en gezondheid.
Het verband reikt verder: peuters en kleuters (3–5 jaar oud) die voldoende calorieën maar te weinig eiwitten, vitamines en mineralen kregen, vertoonden later een grotere kans op overgewicht. Daarmee ontstaat een dubbele belasting: enerzijds stunting door ondervoeding, anderzijds verhoogd risico op obesitas en voedingsgerelateerde ziekten op latere leeftijd. De onderzoekers merkten ook dat de effecten ongelijk verdeeld waren: plattelandsgezinnen met eigen voedselproductie (boeren) werden minder hard getroffen dan stedelijke huishoudens die alles op de markt moesten kopen. Verder leken jongens en kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau sterker door de crisis te lijden.
De studie gebruikt unieke, door de tijd heen verzamelde data uit Indonesië en biedt daarmee een direct beeld van hoe prijs- en werkgelegenheidsschokken voedingspatronen en levenslange gezondheid beïnvloeden. De auteurs waarschuwen dat zulke mechanismen niet beperkt zijn tot de jaren 90: recente prijsstijgingen door de covid-pandemie en de oorlog in Oekraïne kunnen vergelijkbare risico’s voor kinderen in arme regio’s veroorzaken. Beleidsimplicaties zijn duidelijk: economische steun, prijsstabilisatie en gerichte voedingsprogramma’s in crisistijd zijn cruciaal om langdurige ontwikkelingsschade bij jonge kinderen te voorkomen.