Vagina-mysteries in het dierenrijk worden onderzocht in dit Amerikaanse lab: Quest ging langs
In dit artikel:
Bioloog Patricia Brennan runt aan Mount Holyoke College in de VS een speciaal “vaginalab” waar ze vrouwelijke geslachtsorganen van allerlei diersoorten verzamelt, afgiet en digitaal in kaart brengt om hun vorm, functie en evolutionaire betekenis te onderzoeken. Quest bezocht het lab en beschrijft hoe Brennan met siliconenafgietsels en 3D-modellen probeert te begrijpen waarom vagina’s zo divers en vaak verrassend complex zijn.
Brennan bestudeert dierenvarianten die laten zien dat vrouwelijke geslachtsorganen geen passieve buizen zijn, maar actieve spelers in voortplanting en seksuele selectie. Een opvallend voorbeeld is de Caribische lamantijn: zijn vagina en clitoris zijn enorm. Mannetjes hebben een penis met een bulbus glandis, een verdikking die als een klikmechanisme in de vagina vastzit, wat concurrerende mannetjes buitenspel zet tijdens de groepsparingen. Brennan maakt afgietsels van zulke structuren om ze nauwkeurig te vergelijken.
Haar bekendste vondst kwam eerder met eenden: nadat ze de kurkentrekkervormige eendenpenis onderzocht, ontdekte ze dat het vrouwtje een innig complex vaginaal kanaal heeft met doodlopende tunnels en spiraalgroeven die zaadcellen tegenwerken. Dit blijkt een verdedigingswapen tegen gedwongen paringen en is een voorbeeld van ‘cryptic female choice’ — vrouwtjes beïnvloeden op subtiele manieren welk sperma kans krijgt op bevruchting. Opmerkelijk is dat tuimelaardolfijnen, die ook in groepen een vrouwtje belagen, bijna dezelfde anti-penisstructuren hebben ontwikkeld, ondanks dat dolfijnen en eenden ver verwant zijn: convergente evolutie door vergelijkbare seksueel conflictgedragingen.
Bij alpaca’s vond Brennan weer een ander fenomeen: de penissen hebben een scherp punt die de baarmoederwand schraapt en veel bloed veroorzaakt, maar de baarmoeder lijkt weinig pijngevoelig. Die schraapwond stimuleert mogelijk een ontstekingsreactie die innesteling bevordert — een proces dat lijkt op hoe bij IVF (medische in-vitrofertilisatie) een licht beschadigde baarmoederwand soms de kans op innesteling vergroot. Ook onderzoekt het lab clitorissen: ze blijken bij meerdere soorten, van alpaca’s en krokodillen tot slangen, richels, zwellichamen en zenuwrijk weefsel te bevatten, wat wijst op gevoeligheid en mogelijk op seksueel genot bij veel dieren.
Menselijke vagina’s zijn relatief slecht onderzocht. In de jaren ’90 maakte gynaecologe Paula Pendergrass enkele interne afgietsels, maar grootschalige, gestandaardiseerde studies ontbreken door ethische en medische beperkingen. Brennan werkt daarom samen met kunstenaar Jamie McCartney, die binnenin afgietsels van vrijwilligers maakt. Die vormen worden gedigitaliseerd om variatie te kwantificeren en zo meer inzicht te krijgen in de menselijke vagina vanuit evolutionair en medisch perspectief.
Brennan’s werk benadrukt dat vrouwelijke genitaliën evolutionair vaak reageren op mannelijk gedrag — van verdediging tegen dwang tot het optimaliseren van innesteling — en dat beter begrip invloed kan hebben op biologie, vruchtbaarheidszorg en het beeld van wat vrouwelijke seksualiteit biologisch betekent.