Uitputting na een lang seizoen: hoe fit beginnen voetballers aan het WK?
In dit artikel:
Topvoetballers komen met een zware belastingsong achter het seizoen aan en moeten zich direct klaarmaken voor het WK in Noord-Amerika. Sportarts Suzanne Huurman — eerder clubarts bij onder meer PSV en Real Madrid en nu teamarts van Curaçao — waarschuwt dat veel internationale spelers na een jaar van rond de 40–50 duels al vermoeid kunnen zijn. Virgil van Dijk bijvoorbeeld speelde dit seizoen 48 wedstrijden; Cody Gakpo en Ryan Gravenberch respectievelijk 45 en 43.
Het aantal wedstrijden alleen bepaalt niet de fitheid, benadrukt Huurman: reistijd, slaapkwaliteit, voeding, rust en recuperatietijd spelen evenzeer een rol. Met groepsduels die in juni in Dallas, Houston en Kansas City worden gespeeld — plekken waar het overdag vaak zo’n dertig graden is — komen daar klimatologische en tijdsverschillen bij. Bij aankomst bestaat bovendien een jetlag van circa zeven uur, en mogelijk volgen bij een vervolg van het toernooi nog meer verplaatsingen en tijdzones.
Op een WK moeten spelers in korte tijd meerdere wedstrijden op maximaal niveau doorstaan en veel sprints trekken; dat vereist zowel een stevige basisconditie als voldoende wedstrijdritme. Tegelijkertijd is er maar beperkte voorbereiding: de selectie komt meestal pas zo’n drie weken voor aanvang bij elkaar, waardoor technische, tactische en fysieke puzzelstukjes snel gelegd moeten worden. Volgens Huurman is het zoeken naar de juiste balans tussen overbelasting en te weinig prikkels cruciaal — te veel minuten verhogen het blessurerisico, te weinig minuten ondermijnen het prestatieniveau.
Praktische maatregelen die het verschil maken zijn gerichte loadmanagement door clubs en staf, voldoende slaap en optimale voeding voor herstel. Een universele snelle oplossing bestaat niet, maar een voordeel is dat vrijwel alle Europese internationals in hetzelfde schema zitten, waardoor de concurrentieomstandigheden redelijk gelijk zijn.