Uit de Praktijk: Wat betekent passie voor je vak in de wetenschap?

woensdag, 18 februari 2026 (07:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Lisette Langenberg beschrijft in haar wekelijkse column hoe bevlogenheid het drijvende element is achter zowel geneeskundige als wetenschappelijke vooruitgang. Als chirurg weet ze uit eigen ervaring dat het vak veel vergt: vroege beginnen, onregelmatige uren, beschikbaarheid in weekenden en vakanties. Zulke offers vereisen volgens haar niet alleen discipline maar ook een diepgewortelde liefde voor het werk — hetzelfde soort toewijding dat onderzoekers nodig hebben om ingewikkelde vraagstukken uit te zoeken.

Ze ontkracht het stereotype van de gefrustreerde Einstein enigszins: de moderne onderzoeker werkt vaak in hoogtechnologische, lichtarme omgevingen, maar net als artsen kan ook hij of zij zich vastbijten in concrete problemen — van het vergelijken van behandelingen tot moleculair onderzoek. Die passie zie je ook bij mensen buiten de wetenschap: de bloemist die liefdevol bloemen snijdt, de fluitende fietsenmaker. Voor Langenberg betekent passie vooral: het probleem overal mee naartoe nemen — naar de supermarkt, het fornuis of een sociale gelegenheid — omdat nieuwsgierigheid niet stopt bij de labdeur. Ze geeft een persoonlijk beeld: zo verdiept in een casus dat de aardappels aanbranden of je op een feestje onaangekondigd gaat vertellen over een zenuw of operatie, tot lichte afschrikking bij je gesprekspartners.

Als illustratie van doorzettingsvermogen verwijst ze naar epidemioloog en kinderarts Patricia Bruijning, die na een schrijnende ervaring met een ingestort rotavirus‑ziek kind onderzoek startte dat ruim 16 jaar later resultaat opleverde rond het rotavirusvaccin. Zulke langdurige trajecten tonen volgens Langenberg hoe wetenschap vaak bestaat uit vele kleine overwinningen die samen vooruitgang boeken.

Ze gebruikt de metafoor van een cirkel die alle onderzoekers met speldenprikjes langzaam groter maken: waar de cirkel in 1900 nog golfbalgroot was en nu een tennisbal lijkt, blijft de uiteindelijke omvang onbekend — er valt nog veel te ontdekken. Daarom is het volgens haar belangrijk enthousiasme te koesteren en te stimuleren, zoals instanties als De Jonge Akademie proberen te doen. Zonder de jarenlange inzet van bevlogen onderzoekers zouden moderne technologieën en vaccinaties niet bestaan.

Kortom: wetenschap en geneeskunde vragen om volharding en een passie die je constant prikkelt om vragen te blijven stellen. Die bevlogenheid levert kleine, vaak trage stappen op die samen grote maatschappelijke voordelen opleveren — reden genoeg om bewondering te hebben voor wie zich erin verliest.