Uit de Praktijk: Waarom typen dokters zo veel?

woensdag, 22 april 2026 (07:11) - Quest.nl

In dit artikel:

Orthopedist Lisette Langenberg legt uit waarom het tegenwoordig lijkt alsof artsen meer naar het scherm dan naar de patiënt kijken: documentatie is cruciaal geworden. Waar vroeger papieren statussen, dikke mappen en een stempel in de kantlijn het werk bepaalden, werken bijna alle afdelingen nu met elektronische patiëntendossiers (EPD). Die overgang veranderde niet alleen de werkwijze, maar ook wie aan het woord en aan het toetsenbord zit.

Vroeger leerden co-assistenten een soort shorthand met tal van afkortingen; een korte notitie kon in één oogopslag aangeven hoe het met eten, ontlasting, vitale functies en het beleid stond. Fouten moesten doorgekrast of met tipp-ex gecorrigeerd worden: zichtbaar bewijs van een vergissing. Met het EPD verdwenen karretjes vol papieren en plakstiften, maar kwamen andere ongemakken. Oudere artsen die traag typen riepen vaak jonge collega’s erbij om tijdens het consult te noteren, waardoor het leek alsof de artsen vooral naar het scherm keken.

Langenberg benadrukt waarom al dat typen wél nodig is: goede vastlegging waarborgt continuïteit van zorg en snelle besluitvorming, zeker bij spoed. Een opvolgende of onbekende behandelaar moet in één oogopslag medicatie, allergieën en recente klachten kunnen inzien. Bovendien fungeert het dossier als geheugensteun voor gemaakte afspraken en uitleg die later opnieuw moet worden nagelezen. Onvolledige of slordige registratie kan daardoor directe patiëntenzorg ondermijnen.

Het EPD brengt ook voordelen: leesbare, doorzoekbare dossiers en standaardteksten (zogeheten smart phrases) maken het werken efficiënter en verminderen het giswerk bij het achterhalen van medische voorgeschiedenis. Die standaardvelden versnellen consulten, maar als ze onvolledig blijven, ontstaat een moderne variant van de oude “walk of shame”. Langenberg sluit met de hoop dat technologische hulp — bijvoorbeeld AI — de volgende stap wordt om documentatie te verbeteren zonder de persoonlijke interactie met de patiënt verder te laten lijden.

Kortom: het scherm is niet het doel, maar het instrument om zorg veilig, overdraagbaar en controleerbaar te maken — al blijft de uitdaging om tijdens dat typen de patiënt echt in het vizier te houden.