Uit de Praktijk: Waarom de verzorging van oorlogswonden een vak apart is
In dit artikel:
Een Nederlandse medisch specialist die botten, spieren en gewrichten behandelt signaleert dat patiënten uit oorlogsgebieden (vooral Oekraïne en Syrië) letsel meebrengen waar de Nederlandse zorg nog niet goed op is ingericht. De auteur beschrijft persoonlijk hoe hij voor het eerst een granaatscherf uit een patiënt haalde en hoe explosies een ander patroon van verwondingen geven dan verkeers- of huishoudongevallen: de schokgolf veroorzaakt specifiek long‑ en inwendige letsel, terwijl scherven willekeurig botten, zenuwen en gewrichten doorboren en anatomie soms volledig ontregelen.
In de acute opvang draait alles om geordend werken onder druk. Traumacursussen leren hulpverleners volgens het ABCDE‑systeem (luchtwegen, ademhaling, circulatie, …) op de automatische piloot te handelen, zodat emotie of de aanblik van ernstig letsel geen reddingswerk in de weg staat. Toch blijft het triage‑dilemma, vooral bij kinderen, emotioneel zwaar voor artsen die moeten kiezen wie ze proberen te redden.
Orthopedische oplossingen in oorlogssituaties zijn vaak tijdelijk en creatief: bij open botbreuken zonder huid, waar gips onmogelijk is, wordt een fixateur externe geplaatst — een stellage met pinnen door huid en bot die van buitenaf stabiliseert. De auteur vertelt hoe een Oekraïense veldchirurg zo’n constructie improviseerde met materialen uit een garage; in Nederland werd die later verwijderd en gevolgd door reconstructieve chirurgie waar mogelijk.
Langetermijnzorg is een groter probleem. Littekens en littekenweefsel rond doorboorde zenuwen en spieren maken latere reconstructie vaak onmogelijk; spieren atrofieren als zenuwprikkeling uitblijft. In zulke gevallen ligt herstel van de oorspronkelijke anatomie vaak buiten bereik, maar functionele aanpassingen zijn soms haalbaar — bijvoorbeeld door pezen om te leggen zodat nog werkende spieren taken van uitgevallen spieren overnemen (tendontransfer), waardoor een arm of hand weer bruikbaar kan worden.
De auteur benadrukt dat Nederland nog stappen moet zetten in zowel acute slagveldzorg als de langdurige revalidatie en reconstructie van oorlogsslachtoffers. Hoewel sommige patiënten met zorgvuldig geplande operaties aanzienlijke verbetering kunnen bereiken, zijn veel gevallen complex en tijdsgevoelig. Als illustratie van oorlogspraktijk verwijst de tekst naar collega’s die in conflictgebieden zoals Gaza opereren en soms succes maar ook onmiskenbare grenzen van hulp ervaren.