Uit de Praktijk: snap jij wat je dokter zegt?

woensdag, 13 mei 2026 (06:56) - Quest.nl

In dit artikel:

Lisette Langenberg, orthopedisch chirurg en vaste columnist over de medische beroepspraktijk, behandelt in deze bijdrage het gebruik van Latijns klinkende vaktaal door artsen: waarom het bestaat, wanneer het helpt en waar het juist problemen veroorzaakt.

Wat: Langenberg legt uit dat medische termen vooral functioneel zijn. Standaardwoorden als ‘nefr-’ voor niergerelateerde zaken of het achtervoegsel ‘-itis’ voor ontsteking maken korte, eenduidige communicatie mogelijk. Vooral tijdens overdrachten en in drukke ziekenhuizen voorkomt eenduidig jargon dat belangrijke informatie verloren gaat. Ook internationaal werkt die codetaal vaak: tijdens een coschap in Brazilië was de schrijfster verbaasd over haar eigen gebrekkige Portugees, maar merkte dat medische termen wereldwijd herkenbaar bleken, wat samenwerken en literatuurstudie vergemakkelijkt.

Waar en wanneer: De voorbeelden spelen zich af in het dagelijkse ziekenhuisleven — denk aan de ochtendoverdracht waar nachtdiensten hun casuïstiek doorgeven — en in internationale stages en vakliteratuur.

Waarom: Efficiëntie en precisie zijn de belangrijkste redenen voor het bestaan van medische taal. Door één vaste term te gebruiken weet iedereen meteen over welke anatomische structuur of aandoening het gaat; dat scheelt tijd en vermindert ruis.

Tegelijkertijd beschrijft Langenberg ook de keerzijde. Verkeerde klemtoon of onzorgvuldige uitspraak kan leiden tot publieke correctie en gezichtsverlies tijdens overdrachten. Nieuwe afkortingen en Engelse invloeden creëren bovendien nieuw jargon dat niet altijd logisch of consistent is. Een concreet voorbeeld: CABG (coronary artery bypass grafting) wordt in spreektaal uitgesproken als “cabbage”, wat voor verwarring en vreemde beelden kan zorgen. Zulke ontwikkelingen maken intercollegiale overdrachten soms minder navolgbaar en hebben geleid tot cursussen en boeken over hoe jargon miscommunicatie kan veroorzaken.

Achtergrond en cultuur: De term ‘potjeslatijn’ komt volgens Langenberg van Latijns ogende teksten op oude apotheekpotjes; het vakjargon is in feite vaak een mengsel van Grieks en Latijn. Door moderne creaties en inconsistenties raken sommige termen hun oorspronkelijke logica kwijt — denk aan achtervoegsels als ‘-iater’ (geriater, psychiater) en het ontbreken daarvan bij andere subspecialismen (sportarts versus ‘sportiater’).

Kader voor lezers: Hoewel medische terminologie praktische voordelen biedt, wijst het stuk ook op het belang van zorgvuldig taalgebruik: te much jargon kan collegiale en patiëntencommunicatie hinderen. Er is een beweging — ook buiten deze column — om medische uitslagen en uitleg begrijpelijker te maken voor patiënten, terwijl artsen blijven zoeken naar een balans tussen precisie en helderheid.