Uit de Praktijk: kunnen artsen echt geen afspraken plannen?
In dit artikel:
Orthopedisch chirurg Lisette Langenberg legt in haar wekelijkse column uit waarom doktersspreekuren zo vaak uitlopen. Wat op het eerste gezicht onverschilligheid lijkt — je afspraak van 14.10 uur, nog steeds in de wachtkamer om half drie — heeft vaak heel praktische en menselijke oorzaken. Technische storingen (vastlopen van de computer, printerproblemen) en acute prioriteiten (een spoedoproep die iemands leven kan redden) verstoren de strak geplande dag, maar de meeste vertragingen komen voort uit het menselijke contact zelf.
Artsen hebben in korte tijd de taak om een onbekende patiënt persoonlijk te leren kennen en tegelijk medische vragen te beantwoorden. Sinds corona, met minder handen schudden en korte consultblokken van zo’n tien minuten, is het extra lastig om snel vertrouwen te winnen. Langenberg vertelt dat ze altijd één persoonlijk detail vraagt — werk, hobby, een wens — om het gesprek te verdiepen: de 75‑jarige die schoonspringt, de klimhalmedewerker die weer aan één arm wil kunnen hangen, de oudere man die sleutelt aan zijn auto. Zulke details helpen behandeldoelen te concretiseren, maar kunnen ook leiden tot onverwachte, zware gesprekken.
Een veelvoorkomend fenomeen is het ‘deurklinkconsult’: de patiënt stelt bij het afscheid pas de cruciale vraag (bijvoorbeeld angst voor niet wakker worden na narcose). Dergelijke zorgen zijn niet weg te wuiven en vereisen vaak extra tijd, waardoor de arts in tijdnood komt. Het resultaat: afspraken lopen uit en wachtenden voelen zich genegeerd, terwijl de arts juist aandacht geeft aan noodzakelijke, vaak emotionele aspecten van zorg.
Kortom: vertragingen in de spreekkamer zijn zelden louter organisatiefouten; ze zijn vaak het gevolg van medische prioriteiten en de noodzakelijke tijd om echt naar patiënten te luisteren. Begrip voor die dynamiek (en het eerder aangeven van zorgen door patiënten) kan wachttijden draaglijker maken.