Uit de Praktijk: Hoe komt een arts een heftig ziektegeval te boven?
In dit artikel:
Als arts draag ik beelden mee die je nooit helemaal kwijtraakt: de allereerste schokmomenten blijven hangen en sommige patiënten markeren een levenslange herinnering. In mijn eerste jaar op de afdeling zag ik een vrouw met een groot gat in de borstkas, aangelegd door chirurgen om etter uit een longontsteking te laten lopen. De dagelijkse artsenvisites verliepen vaak zakelijk en doelgericht: weinig oogcontact, geen uitleg, en een patiënt die met een vragende blik achterbleef. Die situatie illustreert hoe medische routine het contact met mensen kan ondermijnen.
Soms poppen zulke ervaringen ongewild weer op: brandwonden, een jonge vrouw met een hartstilstand, of patiënten die lange afstanden naar zorg moesten lopen. Tijdens mijn coassistentschap in Costa Rica herinner ik me een man met een slagaderlijke bloeding aan zijn voet die, zonder hulp in de buurt, zijn laars met ducttape dichtplakte en drie uur liep naar het ziekenhuis — de laars liep vol bloed toen hij arriveerde. Ook maakte ik de reanimatie van een baby mee die we medisch gezien niet konden redden; de machteloosheid bleef knagen, zeker toen ik later zelf ouders was.
Andere collega’s ervaren iets soortgelijks: gynaecologe Mieke Kerkhof beschreef artsen als met enkele “krassen op hun ziel”. In de podcast Uit de Praktijk vertelt arts Bertho Nieboer over een stuitbevalling tijdens zijn opleiding die ernstig misging; het kind stierf drie dagen later en de gebeurtenissen blijven hem elk jaar bij. Zulke voorvallen illustreren dat medische handelingen voor de professional soms routinematig worden, terwijl het voor de patiënt een ingrijpende levensgebeurtenis blijft.
Om het werk vol te houden, behoort gedeeltelijke emotionele afscherming tot de professionele coping: snel de wond beoordelen en handelen is ook zelfbescherming. Tegelijk groeit de aandacht voor hoe dit op patiënten overkomt. Steeds meer proberen teams te voorkomen dat een “wervelwind aan witte jassen” binnenstormt zonder uitleg; persoonlijk contact en korte informatie geven worden belangrijker gemaakt.
Na ruim vijftien jaar in de kliniek is het schrikeffect bij mij verminderd—open wonden schrikken me minder—maar dat mag niet leiden tot harteloosheid. De kunst blijft een balans vinden: voldoende afstand om door te werken zonder te verzuipen in emotie, en tegelijk dichtbij genoeg blijven om de patiënt te zien voor wie hij of zij is. Iedere keer dat wij het routinematig doen, is het voor die persoon nog steeds een ingrijpende gebeurtenis — dat besef moeten we bewaren.