Toxiciteit hoeft geen verrassing meer te zijn 

maandag, 7 september 2026 (18:42) - Chemisch2Weekblad

In dit artikel:

Stoffen die ooit als veilig en nuttig golden, zoals DDT, asbest, lood en CFK’s, bleken later schadelijk voor mens, dier of milieu. Ook rond PFAS, pesticiden, plasticadditieven en de autobandstof 6PPD bestaan zorgen. Volgens toxicologen en chemici kan veel van die schade tegenwoordig worden voorkomen door risico’s al vóór toelating beter te voorspellen en stoffen veiliger te ontwerpen.

Binnen het Europese programma Ontox ontwikkelt hoogleraar Mathieu Vinken van de Vrije Universiteit Brussel diervrije tests voor lever, nieren en hersenen. De onderzoekers combineren menselijke cellen en weefsels met computermodellen, kunstmatige intelligentie en organ-on-a-chip-technologie. Voor cholestase, een belangrijke oorzaak van medicijn-gerelateerde leverschade, voorspelt de nieuwe testreeks bijna 90 procent van de gevallen, tegenover ongeveer 60 procent bij dierproeven. De tests zijn ook gebruikt voor PFAS: korte varianten verlaten het lichaam sneller, terwijl langere varianten daardoor uiteindelijk schadelijker kunnen zijn.

Het RIVM werkt in het SPARK-project aan een teststrategie om het risico op parkinson door chemische stoffen, waaronder bestrijdingsmiddelen, te beoordelen. Omdat de ziekte zich langzaam ontwikkelt en proefdieren daarvoor te kort leven, onderzoekt het project menselijke zenuwcellen uit de hersenen en darmen. In 2029 moet een voorstel voor een bij voorkeur diervrije beoordelingsmethode klaar zijn. Het onderzoek kwam mede voort uit de onduidelijke wetenschappelijke conclusies over glyfosaat tijdens de herregistratie ervan.

Hoogleraar circulaire chemie Chris Slootweg wil daarnaast schadelijke stoffen al in de ontwerpfase vermijden. Zijn aanpak, Safe and Sustainable by Design, kijkt naast toxiciteit ook naar afbreekbaarheid, milieueffecten, recyclebaarheid en productieprocessen. Zo noemt hij matrassen met giftige brandvertragers en pvc-producten met veel weekmakers als voorbeelden van materiaalkeuzes die anders kunnen. Een nieuw SSbD-centrum van RIVM en TNO moet deze manier van ontwerpen stimuleren.

Een belangrijk probleem is volgens Slootweg de zogenoemde regrettable substitution: na een verbod wordt vaak snel een vervangende stof gekozen die later eveneens schadelijk blijkt. Vinken ziet vooral de hardnekkige status van dierproeven als obstakel. Hoewel die volgens hem slechts 40 tot 50 procent voorspellen van wat bij mensen gebeurt, gelden ze bij Europese autoriteiten nog steeds als gouden standaard. Betere, mensgerichte testmethoden en een meer circulaire ontwerpmentaliteit kunnen die aanpak verbeteren.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’