Tim Snapt Het: stopwoordjes? Topwoordjes! Waarom je eigenlijk wél eigenlijk moet zeggen

vrijdag, 3 april 2026 (06:56) - Quest.nl

In dit artikel:

In zijn wekelijkse column pleit Tim den Heijer juist voor het gebruik van stopwoordjes, terwijl veel mensen ze als storend zien. Als spreker probeert hij ze te vermijden, maar één glipt er vaak door: “eigenlijk”. Tot zijn verrassing toont psycholinguïst Geertje van Bergen aan dat zulke woorden een duidelijke functie hebben. Met oogcamera- en EEG-metingen laten zij en co-auteur Hans Rutger Bosker zien dat woorden als “eigenlijk” en “inderdaad” het luisterbrein sturen: “eigenlijk” signaleert een onverwachte wending en verhoogt de aandacht voor wat volgt; “inderdaad” bevestigt en maakt luisteraars ontvankelijker voor informatie die aansluit bij hun verwachting.

Bosker onderzocht ook de vulklank “eh” in zijn proefschrift. Die geeft de spreker tijd om na te denken en werkt bovendien voor de luisteraar: experimenten van Duane Watson en anderen tonen dat informatie beter blijft hangen als af en toe een “eh” hoorbaar is. Het effect komt door het specifieke signaal, niet alleen door de pauze die het creëert.

Stopwoordjes functioneren dus als discoursemarkeerders: ze hebben weinig inhoud op zichzelf, maar organiseren en verbeteren de verwerking van gesproken taal. Dat verklaart waarom ze soms irritant overkomen — ze wekken verwachtingen die, bij gebrek aan boeiende inhoud, als anticlimax ervaren worden. Den Heijer’s conclusie: negeer de critici niet té streng; stopwoordjes kunnen aandacht en geheugen helpen, mits je daadwerkelijk iets interessants te melden hebt.