T. rex-tanden tonen aan dat de roofdino warmbloedig was
In dit artikel:
De Tyrannosaurus rex was waarschijnlijk warmbloedig en kon zijn lichaamstemperatuur zelf regelen. Dat blijkt uit onderzoek van paleobioloog Robert Eagle van de University of California, Los Angeles, en zijn collega’s. Zij analyseerden het tandglazuur van drie T. rex-tanden van ongeveer 66 miljoen jaar oud en vergeleken de chemische samenstelling met die van fossiele krokodillentanden en zoogdieren.
In het glazuur zochten de onderzoekers naar specifieke bindingen tussen koolstof-13 en zuurstof-18. De hoeveelheid daarvan kan aanwijzingen geven over de temperatuur waarbij het tandglazuur werd gevormd. Uit de metingen concludeerden zij dat de T. rex een lichaamstemperatuur van ongeveer 36 graden Celsius had. Dat is vergelijkbaar met die van grote hedendaagse zoogdieren en duidelijk hoger dan de temperatuur van de onderzochte krokodillen en de omgeving in het Krijt.
De uitkomst ondersteunt eerder bewijs voor warmbloedigheid, zoals de snelle botgroei, de anatomie die geschikt was voor atletische prestaties en de grote hoeveelheid voedsel die een actief roofdier nodig had. Warmbloedigheid stelde de T. rex waarschijnlijk in staat langdurig naar voedsel te zoeken, te migreren en in uiteenlopende klimaten te overleven.
Volgens de onderzoekers kon de soort daardoor zowel in koele noordelijke gebieden als in warmere zuidelijke regio’s van Noord-Amerika leven. Dat past mogelijk bij het idee dat T. rex via een noordelijke route vanuit Azië naar Noord-Amerika migreerde. Het onderzoek spreekt bovendien het beeld tegen dat dinosaurussen alleen in tropische gebieden konden overleven.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Rob Jetten heeft de hele dag als een drol in een pispot zitten draaien!’