Stekkerdozen op zee en zwaardere kabels op land: zo wil TenneT het stroomnet versnellen
In dit artikel:
Manon van Beek, bestuursvoorzitter van netbeheerder TenneT, waarschuwt dat het Nederlandse hoogspanningsnet steeds vaker op zijn limiet draait: uitbreidingen van bedrijven belanden op wachtlijsten, nieuwe woonwijken blijven vaak niet aangesloten en investeringsplannen worden uitgesteld. In een recent interview met De Telegraaf legt ze uit dat de energietransitie — met sterke elektrificatie van industrie, mobiliteit en gebouwen — vraagt om meer dan alleen extra kabels en transformatoren.
Het huidige net raakt vooral during piekmomenten vol, vergelijkbaar met files op de weg. Kleine verschuivingen in verbruik kunnen veel schelen, daarom beloont TenneT flexibiliteit: ondernemingen die hun vraag verplaatsen naar daluren krijgen forse kortingen op nettarieven (tot circa 65%) in ruil voor gegarandeerde capaciteit het grootste deel van de tijd. Toch volstaan dergelijke maatregelen niet om de structurele groei op te vangen.
Ruimtegebrek en maatschappelijke weerstand tegen nieuwe masten beperken de mogelijkheden om simpelweg meer 380 kV-verbindingen te bouwen. Daarom zet TenneT in op een nieuwe generatie infrastructuur: zwaardere verbindingen en hogere spanningen, en grootschalige gelijkstroomverbindingen (HVDC) zoals al in Duitsland worden toegepast. Op zee komen grote platforms die stroom van meerdere windparken samenbrengen — veelal ontworpen voor circa 2 gigawatt in plaats van de huidige ~700 megawatt — en die kabels diep het binnenland in direct koppelen, waardoor stroom sneller bij industriële en stedelijke vraagcentra komt.
Opslag en standaardisatie spelen ook een sleutelrol. Batterijen en andere opslagtechnologieën kunnen piekvraag afvlakken en het transport ontlasten. Daarnaast wil TenneT vanaf 2026 hoogspanningsstations grotendeels gestandaardiseerd en prefab laten bouwen; dat levert volgens het bedrijf nu al ongeveer 30% tijdwinst op bij aanleg, al is bouw slechts een klein deel van de totale doorlooptijd.
De grootste bottleneck zijn vergunningen en procedures: voor nieuwe stations of verbindingen is vaak 8–12 jaar nodig, waarvan slechts een vijfde daadwerkelijk bouwtijd is; de rest gaat op aan inspraak, bezwaarprocedures en grondverwerving. TenneT werkt met het ministerie van Klimaat en Energie aan een versnellingspakket om de doorlooptijden te halveren zonder af te doen aan inspraak.
Van Beek benadrukt dat de schaal van investeringen groot is maar noodzakelijk: een betrouwbaar en robuust eigen elektriciteitssysteem is volgens haar essentieel voor economische groei, klimaatdoelen en strategische onafhankelijkheid binnen Europa. Een ingrijpende omslag van netontwerp, met meer capaciteit op zee, zwaardere landverbindingen, opslag en slimme vraagsturing, is onvermijdelijk — maar kan niet in enkele jaren volledig worden gerealiseerd.