's Werelds grootste deeltjesversneller verwarmt plots duizenden huizen
In dit artikel:
Sinds half januari levert CERN’s Large Hadron Collider (LHC) restwarmte aan duizenden woningen en bedrijven in het Franse Ferney-Voltaire. Een nieuw warmteterugwinningssysteem koppelt de koelingscircuits van de 27 km lange versneller bij Point 8 (bij Prévessin‑Moëns, aan de Frans‑Zwitserse grens) via twee warmtewisselaars van elk 5 MW aan het lokale stadsverwarmingsnet. In plaats van de warmte via koeltorens in de lucht te lozen, wordt het hete water nu nuttig ingezet voor verwarming op zo’n 2,7 km afstand.
Het project draait tegelijk met de Long Shutdown 3 (LS3), de meerjarige stilstand voor upgrades richting de High‑Luminosity LHC. Hoewel de versnellingstaak tijdens LS3 verminderd is, blijven de koelinstallaties bij Point 8 actief; CERN verwacht daardoor tussen 1 en 5 MW te kunnen blijven leveren afhankelijk van onderhoudswerkzaamheden. Energiecoördinator Nicolas Bellegarde benadrukt dat het terugwinnen van warmte de ecologische voetafdruk verkleint zonder het onderzoek te belemmeren.
Deze maatregel maakt deel uit van een bredere energie-efficiëntiestrategie (ISO 50001) van CERN. Andere geplande stappen zijn het gebruik van restwarmte voor het Prévessin Data Centre vanaf winter 2026/2027 en toekomstige warmtewinning uit de koeltorens bij Point 1 om gebouwen op het Meyrin‑terrein te verwarmen. Samen verwacht CERN jaarlijks 25–30 GWh te besparen en daarmee duizenden tonnen CO2-uitstoot te vermijden tegen 2027.
Het initiatief toont hoe energie-intensieve onderzoeksinfrastructuur nuttig restproduct kan omzetten in lokale baten: lagere energiekosten en minder CO2 voor omwonenden, terwijl het laboratorium zijn wetenschappelijke activiteiten kan voortzetten. De aanpak geldt ook als praktijkvoorbeeld voor andere grote installaties zoals datacenters en supercomputers, die veel ongebruikte warmte produceren en potentieel vergelijkbaar te valoriseren zijn.