Rondom pinguïnkolonies verdwijnt krill niet zomaar: het wijkt uit
In dit artikel:
Onderzoek bij broedende adeliepinguïns in het oosten van Antarctica laat zien dat krill rond pinguïnkolonies niet alleen schaarser lijkt, maar mogelijk ook moeilijker te bereiken is. Wetenschappers volgden 23 pinguïns tijdens ruim 6.000 duiken en zagen dat de dieren tijdens opeenvolgende tochten steeds dieper en verder moesten zwemmen om krill te vinden. Toch nam hun vangstsucces nauwelijks af zodra ze de prooi eenmaal bereikten.
Daarmee wijkt deze studie af van de traditionele verklaring voor Ashmole’s halo, de voedselarme zone rond grote kolonies. Tot nu toe werd aangenomen dat roofdieren het voedsel vooral simpelweg opeten. Volgens de onderzoekers kan hier echter ook ‘functional prey depletion’ spelen: het krill is nog aanwezig, maar verplaatst zich of vlucht uit gebieden waar de pinguïns vaak jagen. Daardoor moeten de vogels meer energie steken in het bereiken van dezelfde prooi.
De rol van het zee-ijs was belangrijk, omdat de pinguïns via slechts enkele openingen het water in konden en daardoor vaak dezelfde jachtplekken gebruikten. De onderzoekers benadrukken wel dat ze het gedrag van het krill zelf nog niet direct hebben gemeten. Vervolgonderzoek moet uitwijzen hoeveel prooien daadwerkelijk worden opgegeten en in hoeverre het krill zich actief uit de buurt van de kolonies verplaatst.
De Oranjezomer: Is dit het beste WK uit de geschiedenis?