Quest telt mee: 'Bijen hebben het moeilijk, met de bijentelling vragen we daar aandacht voor'
In dit artikel:
Van 16 tot 20 april vindt dit jaar de Nationale Bijentelling plaats: een landelijke, vrijwillige inventarisatie waarbij iedereen een half uur lang bijen en vergelijkbare bestuivers telt en de waarnemingen doorgeeft. Quest ging mee met bijenonderzoeker Maaike van den Hil (Naturalis) — ze ontmoetten elkaar in de Hortus botanicus Leiden — om te laten zien hoe het werkt en waarom die tellingen ertoe doen.
In Nederland leven ongeveer 360 bijensoorten, meer dan de helft daarvan staat op de rode lijst. Van den Hil legt uit dat bijen cruciaal zijn voor biodiversiteit en landbouw: zij bestuiven naar schatting 90% van de planten en zijn nodig voor ongeveer driekwart van ons fruit en groente. Daarom is er volgens haar nog tijd om in te grijpen, maar het is wel urgent.
De Nationale Bijentelling heeft twee doelen: het vergroten van het publieke bewustzijn en het samenbrengen van verspreide waarnemingen om trends over de jaren zichtbaar te maken. Vorig jaar namen ruim 3.500 mensen deel en werden bijna 80.000 insecten geteld. Door vrijwilligersdata uit het hele land stapelen onderzoekers langzaam een landkaart op van waar bijen voorkomen en waar juist niet.
De methode is eenvoudig: je vult het waarnemingsformulier van de bijentelling, zoekt een stukje groen (tuin, park, berm, zelfs een balkon) op een zonnig moment en telt 30 minuten welke bijen, hommels of zweefvliegen je ziet. Van den Hil raadt aan rustig de bloeiende planten af te lopen en de tijd te nemen; er is ook online ‘bij-les’ beschikbaar voor wie twijfelt.
De tellingen kennen beperkingen: niet overal in Nederland wordt geteld, één bij kan meerdere keren worden waargenomen en vrijwilligers maken soms identificatiefouten (bijvoorbeeld een honingbij verwarren met een zweefvlieg). Het doel is dan ook niet een exact aantal, maar een consistent beeld van veranderingen in tijd en ruimte. Ook een nulwaarneming is waardevol: afwezigheid van bijen is op zich al een relevante uitkomst.
Praktische opvolging kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Bewustzijn kan leiden tot gemeentelijke acties (minder maaien van bermen), en burgers kunnen zelf bijdragen door tegels te vervangen door inheemse planten, bijenhotels te plaatsen of zelfs op kleine balkons voedselvoorziening voor bijen te creëren. Van den Hil roept alle Nederlanders op om dit weekend een half uurtje te tellen en hun waarnemingen door te geven — ook als ze geen bijen zien.